Vind je het gek dat Sinterklaas vandaag weer snel naar Spanje is teruggekeerd? Gek van een kikkerlandje geworden waar de buienradar tot de 5 best bezochte websites hoort…
Mooie dag voor kinderen die een fietsje, van afstand bestuurbare auto of step hebben gehad. Kunnen ze het gelijk buiten uitproberen.
Je kunt over alles discussiëren, dus is elk jaar weer de kerstverlichting in de straten van Barcelona reden voor pagina’s vol nieuws in de kranten, samen met het ontwerp van de kerststal die op het centrale Plaça Sant Jaume staat. Te duur, te goedkoop, te modern, te ouderwets, te schaars, te uitbundig; het is, samengevat, nooit goed. De cijfers zijn wel altijd leuk: dit jaar, verplicht door de crisis, doet de stad het rustig aan en wordt ‘maar’ 58 kilometer van de straten met kerstlampjes verplicht, waaronder verkeersaders als Aragó, op de foto. Helemaal donker kun je het natuurlijk ook niet laten, want dat nodigt de mensen minder uit tot consumeren, en dan worden de winkeliers weer boos. (Niet zelden zijn het daarom ook diezelfde winkeliers die extra verlichting voor hún straten betalen.) Er is zelfs een organisatie die niets beter te doen heeft en uitrekent wat in elke stad de kerstverlichting per inwoner kost. Piepkleine steden als Ceuta en Melilla zijn daarom het duurst, met meer dan 5 euro per hoofd van de bevolking aan kerstlampjes, terwijl Madrid rond de twee euro zit en Barcelona bij de goedkoopsten hoort, met slechts 40 cent aan lampjes per inwoner.
De zomer is allang voorbij, de kou heeft ook hier alle muggen al lang naar hun eigen hiernamaals verdreven, maar ik krijg ineens op dit blog veel zoekopdrachten binnen met het woord ‘tijgermug’. Wat blijkt, een Nederlandse insectendeskundige, Bart Knols, heeft zojuist het boek Mug geschreven, met daarin ook drie alarmerende hoofdstukken over de opkomst van de tijgermug. Ik heb er al eerder dit jaar en ook nog aan het einde van de zomer over geschreven, maar wil deze kans toch niet voorbij laten gaan. Want zo’n deskundige roept even makkelijk dat deze ‘gevaarlijke mug’ uit Azië 20 ‘gevreesde virussen’, waaronder de knokkelkoorts, kan overbrengen.
Nou heeft zo’n bioloog ongetwijfeld veel meer tijgermuggenkennis dan ik, maar ik schrijf uit ervaring en cijfers in Spanje. Deze zomer was de tijgermuggenplaag aan de Middellandse Zee-kust erger dan ooit, miljoenen mensen zijn tientallen malen gestoken, waaronder ikzelf, mijn kinderen en zelfs de katten in de tuin. Iederene die ik spreek in Sitges, van bouwvakkers tot obers, is herhaaldelijk aangevallen, want die beestjes zijn behoorlijk agressief. Even pijnlijk, maar het jeukt bij de meesten lang niet zo erg als een gewone muggenprik. Én niemand in Spanje is er dodelijk ziek van geworden.
Knokkelkoorts overbrengen? Dat zou slechts kunnen bij de eerste muggen die via een transport (een boot, meestal) naar Europa zijn vervoerd én tegelijk het dengue-virus al bij zich dragen. Maar al die miljoenen tijgermuggen die er nu al zijn in Spanje (en Italië) zijn hier ‘geboren’ en kunnen dus nooit drager van dat virus zijn, want het komt hier niet voor, of ze moeten bij toeval (heel erg veel toeval) een besmette Afrika- of Aziëreizger die in zijn tuin in Barcelona zit prikken en zo via het bloed het virus in zich opnemen. Een tijgermug heeft bovendien maar een vliegradius van maximaal 400 meter, dus zelf even mét een virus onder de leden van de tropen naar Nederland vliegen is er voor die beestjes ook niet bij.
De beestjes zijn vervelend. Maar gevaarlijk? Onnodig alarmerende verhalen in Mug, lijkt mij, maar wel mooi om een boek aan de man te brengen.
UPDATE: Auteur Bart zelf heeft een uitgebreide reactie bij de commentaren gezet. Bij deze.
Op 31 januari 1994 hing deze magistrale kolom rook boven het centrum van Barcelona; de straat net rechts ervan, met bomen, is de Rambla. Het Liceu, het monumentale operatheater dat in 1847 was gebouwd, ging volledig in vlammen op. De wederopbouw duurde vijf jaar en vanavond wordt met de opera Trovatore van Verdi herdacht dat het Liceu precies 10 jaar geleden weer zijn deuren opende, om de laatste jaren populairder dan ooit te worden.
Maar daar wilde ik het niet over hebben. Deze post gaat over de mysterieuze brand van toen, die nooit volledig is opgehelderd. Een brand die uiteindelijk helemaal geen ramp was, maar uiterst opportuun bleek om het theater te vernieuwen en uit te breiden. Aangestoken? Veel buren denken nog altijd van wel.
Vijf jaar geleden sprak ik met verschillende getuigen van toen, en met mensen die door de gevolgen van de brand benadeeld werden: hun huizen werden onteigend om de uitbreiding van het Liceu mogelijk te maken. Twee vragen over die dag – waarop trouwens geen slachtoffers vielen – zijn nooit beantwoord, ook niet in de rechtszaak die later is gehouden en waarin iedereen werd vrijgesproken.
1. Waarom duurde het meer dan een half uur na het uitbreken van de brand tot de brandweer werd gewaarschuwd? 2 Waarom kwam geen van die alarmerende telefoontjes vanuit het Liceu zelf?
De brand brak om 10.30 uur uit, zo wees later onderzoek uit, en om 11.09 kreeg de brandweer, die in drie minuten ter plaatse was vanuit de toenmalige kazerne in Drassanes, onderaan de Rambla, de eerste melding. Dat was toen omwonenden al de vlammen en rook uit het dak zagen komen. De brandweercommandant van toen legde me het mooi uit. “Een brand is in de eerste minuut nog met de voet te blussen. In de tweede minuut kun je hem nog met een deken doven. Vanaf de derde minuut moet je maken dat je wegkomt.
De officiële lezing is altijd geweest dat een vonk bij het solderen op het zijden gordijn voor het podium terecht kwam. Sommigen vinden dat onwaarschijnlijk, omdat zo’n dik en zwaar gordijn niet van één vonkje in brand kan vliegen. Ook is nooit duidelijk geworden hoe het vuur zich daarna zo snel heeft kunnen verspreiden zonder dat iemand vanuit het theater naar de brandweer belde. Geluk bij een ongeluk was dat er die dag geen wind stond en de brand niet naar de omliggende huizen oversloeg; de verticale rookkolom verhinderde wel dat er blushelikopters konden worden ingezet.
Eenmaal de tranen gedroogd ging het snel. Een plan voor uitbreiding en vernieuwing van het Liceu lag al klaar, de zaal werd in de oorspronkelijke staat herbouwd, de omliggende vertrekken werden moderner en het hele theater werd brandveiliger dan ooit gemaakt. Mede dankzij die maatregelen bezoeken inmiddels drie keer meer mensen het vroeger zo elitiaire, maar nu met populaire concerten (flamenco, Van Morisson) volkser gemaakte Liceu dan vóór de prachtige brand in 1994.
Vreemde gewaarwording enkele jaren geleden in het Baskenland, toen de ETA net een wapenstilstand had afgekondigd die definitief leek maar het helaas niet was. Na het wekelijkse protest van familieleden van gevangen ETA-terroristen in Rentería werd me gevraagd of ik met een oud-gevangene wilde praten. Op straat, om de hoek van het gemeentehuis, werd ik voorgesteld aan Jon. Een half uur spraken we over de ETA, over de gevangenschap ook: tot voor kort werden alle ETA-gevangenen zo ver mogelijk bij het Baskenland vandaan in gevangenissen gezet, om hen en de familie, die hen zo nauwelijks kon bezoeken, een beetje extra te straffen. Jon zat 19 jaar op de Canarische Eilanden vast. “De gevangenen zijn altijd een politiek instrument geweest”, zei hij.
Terug op de krant keek ik even wat Jon als jonge twintiger had uitgevreten, ik kwam er niet op dat op dat moment te vragen. Vier moorden begin jaren tachtig, enkele ontvoeringen en wat mislukte aanslagen… Hij was, na 19 jaar cel, nog altijd strijdlustig, maar ook gematigder. De ETA moest maar eens aan het definitief neerleggen van de wapens denken, zei hij, maar de politiek moest ook met gebaren komen.
Het zijn die historische ETA-gevangenen die nu steeds meer vinden dat de gewapende strijd zinloos is. Terwijl buiten de ‘jongen honden’ van de terreurbeweging niet te stoppen zijn – al is het alweer een tijd rustig, na de zoveelste arrestaties binnen de top, waar de leiders steeds tijdelijker zijn -, zitten achter tralies de veteranen op een nieuwe toekomst te broeden. Nu is het één van de meest gevreesde ooit, Urrosolo, met tientallen doden op zijn naam, die de politieke tak van Batasuna aanspoort eens met een goede, vreedzame oplossing te lomen. Urrusolo is om die denkwijze trouwens al 10 jaar terug uit de ETA gezet.
Benieuwd trouwens hoe het, nu die wapenstilstand niet werd aangehouden, het die Jon vergaat…
Niet blasé worden is een noodzaak om van het werk te blijven genieten. Ik stopte in 2000 met de sportjournalistiek bij El Periódico omdat ik het na 18 jaar (2 jaar als medewerker bij NRC Handelsblad, 4 jaar bij Het Vrije Volk, 3 als freelancer in Spanje, 9 bij El Periódico) allemaal wel had gezien. Olympische Spelen in Seoul, Barcelona en Atlanta, een stuk of acht Tours de France, EK’s en WK’s voetbal, atletiek en zwemmen, honderden voetbalwedstrijden van DS’70-SVV (Dordrecht tegen Schiedam, ja ja) tot FC Barcelona-Real Madrid. Vanavond was ‘mijn’ zoveelste Spaanse clásico, maar juist omdat ik nog zo weinig naar het stadion ga vind ik dat je er bij dit soort wedstrijden elke keer weer onbevangen van moet genieten. De sfeer vooraf, de 98.000 mensen op de tribune’s, de spanning, de altijd onzekere afloop, het voetbal, de afwezigheid van enige vorm van agressie, de volle metro met mensen vol angst en hoop (vooraf) en opgeluchte tevredenheid (op de weg terug), de barretjes met bier en bocadillo de lomo en onverbeterlijke betweters.
Er zijn mensen die er niet van houden, ik weet het. Als je op zondag een vrouw voor een boer moet zoeken ga je niet nog eens naar dat domme voetbal kijken. Dan ga je op TV dom zitten kijken als iemand het over een mooie voetbalwedstrijd heeft. Barça-Real is altijd mooi, óók als het spel een beetje tegenvalt. Het is een gekkenhuis, maar eentje zonder doden of gewonden. De perschef van Barcelona viel me vanavond in de armen; hij wenste dat dit zo snel mogelijk voorbij zou zijn. Want van Barça-Real word je gek, omdat iedereen er bij wil zijn, omdat iedereen wat wil, omdat… Ja, waarom? Omdat het gewoon een beetje voetbal is en er altijd weer een nieuwe held opstaat. Zlatan Obrahimovic was dat dit keer. Speelde ooit voor Ajax, trouwens.
Een theatervoorstelling op een Nederlandse tijd, is weer eens wat anders in Barcelona. Aanvang 19 uur. Nederlandse voorstelling ook, trouwens. Hans Sibbel in een klein, schattig, ouderwets theatertje, El Centre, zoals er zoveel zijn in Gràcia, de wijk die het meest een dorp is gebleven. Dat dorp kende al meer dan honderd jaar geleden verschillende sociale verenigingen, elk met hun eigen onderkomen, bar en… theater. Sommige bestaan nog steeds, zijn nog altijd een bindingsfactor in de wijk, zowel voor oudgedienden als nieuwkomers. In dat theater dus eens naar Nederlands cabaret gekeken, of meer de tegenwoordig populairdere stand up comedy. Sibbel, beter bekend als Lebbis, trad op in het kader van het Barcelona Comedy Festival, met voorstellingen in o.a. het Nederlands, Engels en Zweeds. Geen Spanjaard natuurlijk die naar Sibbel komt kijken, maar een zaaltje vol Nederlanders, een vrij jong publiek, jonger in ieder geval dan de ‘lijken uit Kerkrade’ van de avond ervoor. Af en toe vroeg Sibbel of we het nog volgden, wat er in Nederland gebeurde; leuke acts over de DSB, het Kruidvat, het AH-kassameisje, Happinez, Balkenende, etcetera. Tuurlijk volgen we veel, zoniet alles. Is gemakkelijker dan vroeger. Nu is er internet, satelliet-TV; alsof je in NL woont, maar dan met mooi weer. En als de cabaretiers dan zelf ook nog even overkomen, zijn de grenzen volledig weg.
Ook leuk van zo’n vroege voorstelling: kun je erna rustig een biertje pakken aan de bar van dat theater, dan nog een Libanese pizza om de hoek en vervolgens met de metro naar het grote Coliseum waar wél op een Spaanse tijd, 22.30 uur, het Israëlisch-internationale Mayamana de voorlaatste voorstelling van haar Momentum in Barcelona opvoerde. Niet vol, nog stoelen op de eerste rij zelfs, maar wél vermakelijk, onderhoudend, rytmisch vooral. (De video is trouwens niet uit deze show, maar wél goed…)
Aardige graphic en gegevens van mijn sportcollega’s bij El Periódico. De kop: cantera contra cartera, de eigen jeugd tegen de portemonnee. Of: hoe groot het verschil is in het beleid van FC Barcelona en Real Madrid, morgen om 19 uur rivalen in het Camp Nou. De opstellingen kloppen misschien niet helemaal, afhankelijk van wat de trainers morgen beslissen, maar de strekking is duidelijk: Barça zal net als in de Champions League-finale met een meerderheid aan spelers afkomstig uit de eigen jeugd aantreden, en die zijn natuurlijk goedkoper dan alle aankopen waarmee Real de strijd zal aangaan. Leuke vergelijking. Nou nog zien wat het resultaat op het veld is. Maar ook daarvan is vooraf één ding duidelijk: Barcelona heeft zijn eigen genen, een spelstijl die nooit zal veranderen. Real weet nog steeds niet hoe het eigenlijk voetbalt.
Het is weer een soort Barça-Madrid (die zondag wordt gespeeld), maar dan in de politieke arena. Een wedloop over autonomie die niet zo eenvoudig is uit te leggen als 90 minuten voetbal met winst, nederlaag of gelijkspel tot gevolg. Een wedstrijd die zal worden beslist door rechters van het zogeheten Constitutionele Hof, de Spaanse Hoge Raad. Maar dat zal geen beslissing zijn die op juridische gronden gebaseerd is, maar op de politieke voorkeur van elk van die rechters van dat Hof. En omdat er precies evenveel progressieve als conservatieve rechters zijn (lees: óf voorgedragen door de PSOE óf voorgedragen door de PP) is er al meer dan een jaar een status quo dat maar niet doorbroken wordt.
In het kort, met het gevaar (of de zekerheid) onvolledig te zijn: in 2006 hield Catalonië een referendum over een eigen statuut, het fameuze Estatut op zijn Catalaans; een soort grondwet waarmee de regio/het land zich niet onafhankelijk verklaart van Spanje, maar wel duidelijk vastlegt hoe ver de autonomie binnen de Spaanse staat gaat. Eén van de meest heikele punten: Catalonië noemt zichzelf een natie, en dat is tegen het zere been van de conservatieven en Spaanse nationalisten.
Zowel het Catalaanse als het Spaanse parlement keurden het statuut, inmiddels na lange onderhandelingen flink gekort, goed, maar de Partido Popular stapte naar die Hoge Raad om delen van het statuut ongrondwettelijk te laten verklaren. Dat hof debatteert daar nu dus al meer dan een jaar over en met het verstrijken van de tijd vreest Catalonië dat er nóg veel meer aan dat statuut gemorreld gaat worden.
Om de rechters en politieke macht in Madrid even wakker te schudden publiceerden donderdag 12 in Catalonië gemaakte kranten een gezamenlijk hoofdredactioneel commentaar over ‘De waardigheid van Catalonië’. Normaal grote concurrenten van elkaar, waren ze het nu volledig eens. Een ongekend initiatief dat een dag later (vandaag, zie de voorpagina’s hierboven) stof gaf tot een nieuwe lange reeks pagina’s met alle reacties uit de maatschappij en de politiek.
Om terug te keren naar het voetbal: zelfs FC Barcelona vaardigde een persbericht uit, waarin de club eist dat “de sociale, culturele en ecnomische realiteit van ons land” (Catalonië dus) gerespecteerd wordt. Barça zal “het beeld van Catalonië zonder minderwaardigheidscomplexen in de wereld blijven uitdragen.” Wie dacht er nog dat sport en politiek niets met elkaar van doen hebben? Wordt dus weer een nationalistisch feestje, zondag op de tribunes van het Camp Nou. Een overwinning van Barça zal, dat weer wel, ongetwijfeld veel uitbundiger worden gevierd dan een positief besluit van de Hoge Raad…