Maandelijks archief: maart 2010

Het oude café

Hij lijkt heel donker zo, van buiten, maar dat hoort bij de sfeer. Alsof je terugkeert naar 1873, het jaar dat de kroeg opende. Of naar de grauwe jaren van de posguerra, de periode kort na de Burgeroorlog. Al 137 jaar is het Café del Centre precies hetzelfde gebleven. Het is het oudste café van de Eixample, het opende er in de periode dat het revolutionaire stadsplan van Ildefons Cerdà ten uitvoer werd gebracht, en het was decennialang één van de drukste kroegen van de stad, in de straat Girona, vlakbij het gelijknamige metrostation. Het is een beroemd café, fotogeniek vooral. Er zijn films opgenomen, talloze reclamespots en anarchist Salvador Puig-Antich was er vaste gast totdat hij in het portiek aan de overkant door Franco’s agenten werd gearresteerd en later geëxecuteerd.

Oorspronkelijk was het een casino, maar dictator Primo de Rivera verbood het gokken begin vorige eeuw. Niettemin is  één  van de marmeren tafels van de bar nog altijd uitgerust met gleuven en gaten, omdat er vroeger Baccará op werd gespeeld. Van een goktent werd het Café del Centre een bar waar kunstenaars, intellectuelen, journalisten, schrijvers etc. hun tertulias hielden, de gesprekken die over van alles en nog wat mogen gaan en vooral bedoeld zijn op een aangename manier de tijd door te brengen, te discussiëren en ook nog wat op te steken.

Het is op het eerste gezicht geen vrolijke bar, het Café del Centre, maar naarmate hij voller raakt komt de sfeer weer terug. Er staat een oude piano, waarop vroeger de pianist van het restaurant Set Portes speelde en alleen de klanten die héél goed kunnen spelen mogen het stof eraf blazen. Er hangen schilderijen van Martí Teixidor. En, gelukkig, staat de televisie er nooit aan. Zelfs niet als er voetbal is. De eigenaars, de familie Bel, achterkleinkinderen van de oprichter van de bar, houden wel van voetbal, maar niet van het schreeuwen wat er bijhoort.

Drukke dinsdagavond

Crisis? Minder toeristen? Af en toe is er niets van te merken, zeker niet in en rond de binnenstad van Barcelona. Wil je op een dinsdagavond nog snel even ergens iets prikken, blijken er om half negen al (teken dat er veel toeristen zijn) stevige rijen voor de populaire tapas-zaken te staan. Eigenlijk moet je er tevoren al vanaf zien, het bezoeken van hot spots die natuurlijk ook in allerlei gidsen staan en waar alle guiris massaal op afkomen.

Verreweg de populairste is de Cervecería Catalana, aan de Carrer Mallorca, net om de hoek bij de Rambla Catalunya, en die volgens mij ook in Komt een vrouw bij de dokter van Kluun voorkomt; de schrijver heeft er in ieder geval regelmatig gegeten. Bovendien staat deze tapas-tent nummer 5 van de liefst 2.570 restaurants van Barcelona volgens de waardering van reizigers op Tripadvisor. Hier vormt de rij zich al om zeven uur, vrees ik, omdat vooral Amerikanen zich door deze website laten leiden.

Een stukje verder naar beneden moet je voor Ciudad Condal en Tramoia tegenwoordig ook al minimaal 20 minuten in de rij staan, wat er uiteindelijk altijd 40 blijken te zijn. En mijn favoriete Tapaç24, waar al niet veel plaats is, is ook al wereldwijd bekend geworden en daar kun je dus ook niet meer zomaar even binnenvallen.

De kleine keten Taller de Tapas, met vier restaurants op strategisch goede plaatsen, blijft een goed alternatief – niets te klagen over de gefrituurde artisjokkenreepjes en de malse stukken solomillo -, maar ook hier moet je af en toe geduld opbrengen. Eén van de weinigen waar je je nog altijd een beetje kunt binnenwringen, ook al omdat je er staand eet, is een klassieker, de Bask Irati (één van de eersten in Barcelona met pintxos), in het straatje dat van de Rambla naar de Plaça del Pi loopt. Een paar prikkertjes, een zurrito (Baskisch glaasje bier) en je bent weer even blij, zeker als je er, zoals ik, een ongelooflijke hekel aan hebt om voor restaurants in de rij te gaan staan.

Aanslag in de metro van Barcelona

Smerige kop natuurlijk, op een dag als deze, alleen maar bedoeld om wat meer lezers te trekken. Maar toch, hoe vaak hebben mensen niet gedacht aan een aanslag in de metro, die van Barcelona bijvoorbeeld, zeker toen de terroristen die trieste 11 maart van 2004 bijna 200 mensen in de forensentreinen van Madrid ombrachten. Sterker nog: enkele jaren later werd een flinke groep Pakistanen in Barcelona opgepakt omdat zij een aanslag in de metro aan het voorbereiden zouden zijn.

Lange tijd leek het alsof het bewijs wel erg dun zou zijn, net zoals bij een vorig vermeend commando van Pakistanen waar thuis wit poeder werd gevonden. Chemicaliën waarmee bommen gemaakt konden worden, aldus de politie. Wasmiddel, zo bleek uit het onderzoek, en sindsdien ging deze groep, die jarenlang in voorlopige hechtenis zat voordat de vrijspraak er kwam, als het ‘Dixan-commando’ door het leven. Maar de groep metro-terroristen, bijna geheel woonachtig in de Raval-wijk waar veel van hen een kleine moskee-ruimte naast het historische restaurant Casa Leopoldo bezochten, werd eind vorig jaar wel veroordeeld voor het organiseren van een aanslag en de 11 mannen zullen straffen van acht tot tien jaar moeten uitzitten.

Niettemin heb ik nooit iemand gehoord die bang is de metro in te stappen. Ja, bang voor zakkenrollers, de dagelijkse plaag. Maar aan een aanslag kun je gewoon niet denken. Ook een belachelijke zin trouwens, in één van de Nederlandse nieuwsberichten over de aanslag in Moskou: ‘Er zijn nauwelijks veiligheidsmaatregelen in de Moskouse metro’. Ja, onmogelijk natuurlijk de 10 miljoen dagelijkse passagiers te gaan controleren, net als de 1 miljoen die in Barcelona elke dag ondergronds gaan.

Zon op het strand, twee meter sneeuw in de bergen

Vorige week donderdag liepen de treinen rond Barcelona drie keer flinke vertragingen op. De reden was drie keer hetzelfde, atropellamiento, wat letterlijk wil zeggen dat er iemand is overreden/aangereden, en wat ik werkelijkheid wil zeggen dat drie mensen zich die dag voor de trein wierpen. Berichten die we nog altijd niet in de krant zetten en die het spoorbedrijf als ‘aanrijding’ bekendmaakt om niet nóg meer mensen op verkeerde gedachten te brengen. Het was een lange, natte, te donkere winter voor de Middellandse Zee, dus dat zal het aantal zelfmoorden ook wel beïnvloed hebben. Maar eindelijk is er licht in die duisternis gekomen. Sterker nog: in Barcelona is officieel het strandseizoen begonnen, met meer politie, mensen van het Rode Kruis en prullenbakken op het strand.

Het zijn misschien de mooiste dagen van het jaar: het strand, zoals vanochtend in Sitges (foto hierboven) is nog aangenaam rustig maar al wel lekker warm, al is het water voor de meesten nog te koud, tussen de 13 en 15º aan de oppervlakte, waar het door de neerslag van de afgelopen weken zelfs iets kouder is dan op grotere diepte. De wilgen zijn net geknot, het gras is gemaaid, de straten schoongewaaid door een stevig voorjaarsbriesje. Nadeel is wel dat de lucht volhangt met pollen: een groene deken ligt over de auto’s en benauwt mensen met allergie. Het dreigt, na een zo vochtige winter en straks dus enorme bloei, één van de ergste lente’s voor allergiepatiënten te worden.

En tegelijkertijd zullen deze Paasvakantie de Pyreneeën vrijwel helemaal volgeboekt zitten, want in de meeste skistations ligt er nog altijd tussen de één en twee meter sneeuw op de piste’s. Keus genoeg dus, voor zij dit het geluk hebben niet te hoeven werken, waartoe ik mezelf helaas niet mag rekenen. Wat nog geen reden is me voor de trein te werpen.

Uitsmijter in de Barceloneta

Toevallig zag ik er laatst drie jonge Italianen mee worstelen in Dudok (Rotterdam) en gisteren kwam ik hem tegen op een menukaart in de Barceloneta. De uitsmijter! Veel intrigerender dan het voor ons zo bekende lunchgerecht vond ik echter de vertaling erachter: portero. Klopt, natuurlijk, maar nooit eerder dacht ik bij het eten van een uitsmijter aan die beruchte nachtportier voor de disco. Alsof de drie betekenissen die het woord volgens de Van Dale hebben totaal verschillende begrippen zijn:

[uit·smij·ter de; -s 1 m,v iem die de taak heeft lastige of agressieve bezoekers ve discotheek enz. de deur uit te zetten 2 m brood met spiegeleieren en ham, kaas of rosbief 3 m laatste nummer ve voorstelling; kernachtig slotwoord]

Wat me direct op de volgende prangende vraag brengt: waar komt het woord uitsmijter als eiergerecht vandaan? Een korte speurtocht op internet heeft me niet verder kunnen helpen dan de suggestie dat de nachtportiers veel eieren met spek moesten eten om krachten op te doen en De Dikke van Dam  heb ik thuisliggen, zodat ik niet kan nakijken of de gastronomische Amsterdamse zonderling er een uitleg voor heeft.

Lezers uit Nederland zullen ook een tweede vraag hebben: een uitsmijter in de Barceloneta? Ja, want ik zat in Foc, samen met Gran Foc (hiernaast op de foto) één van de twee uitspanningen van ondernemer Sander, een Nederlander die, als zovelen, niet al zijn roots wil verloochenen en gasten dus een uitsmijter aanbiedt. Niet een echt succesnummer, die drie eieren op een broodje, lijkt me, op een rijtje van talloze terrassen aan de Passeig Joan de Borbó waar de verse vis bijna op tafel springt. Een uitsmijter bestelde ik dus niet - die bewaar ik maar eens voor mijn vader die niet van garnalen houdt -, maar de rest van de Foc-kaart mag er zijn, vooral die maaltijdsalade’s waarvan er in Barcelona nog te weinig te vinden zijn.

Guardiola en zijn kritische clowns

Presentatie in het hotel W. (Zo ben je er nog nooit geweest, zo kom je er twee keer in vijf dagen.) Een aardig boekje, Relats del Mundial, verhalen over het wereldkampioenschap. Maar vooral menselijke verhalen. Te koop bij El Corte Inglés, voor 10 euro, en de opbrengst gaat volledig naar een goed doel. Een mooi initiatief, al voor het zesde opeenvolgende jaar. Afkomstig van een groepje sportjournalisten uit Barcelona, inmiddels uitgegroeid tot 36 man/4 vrouw . Elk jaar kiezen zij een goed doel uit, schrijven zij verhalen en vragen ze een speler of trainer van FC  Barcelona het voorwoord te schrijven.

Na o.a. Eto’o, Rijkaard, Messi en Xavi was nu Pep Guardiola de uitverkorene. En al die clownsneuzen dan? Het goede doel is dit jaar Pallassos sense Fronteres, een Catalaans initiatief van clown Tortell Potrona, ook op de cover: deze ‘clowns zender grenzen’ reizen de hele wereld af om kinderen in vooral noodsituaties of heel arme landen nog enkele momenten van plezier te bezorgen, om de lach terug te brengen op gezichtjes die de dood hebben gezien. Congo, Haití na de aardbeving, Rwanda en Pakistan waren de laatste tijd enkele van hun reisdoelen.

Guardiola zette vandaag de clownsneus niet meer op, maar de sportjournalisten die hem normaal met (kritische) vragen bestoken deden dat wel. Clown zijn is ongetwijfeld veel leuker dan journalist.

Hollandse kleur in het grijze Lleida

Over Nederlandse architecten gesproken: Lleida is niet zo’n stad waar je snel wilt wonen. Binnenland, steenkoud in de winter en vaak, middenin in de vallei van de Segre, gehuld in de mist als de lente in de rest van Catalonië al lang is aangebroken en de zon de botten weer verwarmt. Pas sinds kort een eigen, klein vliegveld en sinds een paar jaar met de hogesnelheidstrein op slechts ruim een uur van Barcelona. Enorm gegroeid, trouwens, van 112.000 inwoners in 2000 tot 136.000 vorig jaar.

Lleida wil erbij horen, en bij die aspiraties hoort een heus multifunctioneel theater, de Llotja. Die werd gisteren officieel door koning Juan Carlos geopend. Aan zijn zijde, de Nederlandse architecte Francine Houben, van het bureau Mecanoo. En heel veel andere Nederlandse genodigden, onder wie de ambassadeur. Velen van hen zullen nooit in Lleida zijn geweest, en er ook nooit meer terugkomen, misschien.

Corruptie op Mallorca

Als presidente van de Balearen ben je vooral de koning van Mallorca, paradijs van vakantiegangers, Duitse emigranten, mafiosi uit de hele wereld en beroemdheden als, op de foto, Michael Douglas en en zijn Zeta-Jones. Tussen hen in staan Jaume Matas en zijn vrouw, Maite Areal. Dit was in hun goede tijd, toen hij de gekozen premier van de groep eilanden was. Vandaag staan Matas, die ook nog minister van Milieu in de PP-regering van Aznar was (wrang, een ‘groene’ bewindsman die op Mallorca alle milieuwetten overtrad om huizen in mooie baaitjes te laten bouwen) en zijn vrouw voor de rechter in Palma. Liefst acht delicten worden hen ten laste gelegd, allemaal hebben ze te maken met corruptie.

Mallorca, zo is de laatste jaren uit talloze justitiële onderzoeken gebleken, is één groot corruptienest. Je hebt dat al snel, op zo’n eiland waar iedereen elkaar lijkt te kennen; althans, vooral de mensen die er de macht uitoefenen. Twee zaken springen eruit, in het proces tegen Matas: dit middeleeuwse paleisje in het hartje van Palma dat hij als premier voor 960.000 zwarte euro’s kocht terwijl de waarde minimaal 2,5 miljoen was. En de bouw van de wielerbaan, de Palma Arena, waarvan de kosten via talloze valse en dubbele facturen van 40 tot 110 miljoen euro  werden opgedreven; iedereen snoepte er wat van mee, behalve, zo zegt hij zelf, de Nederlandse architect Sander Douma, die het al vreemd vond hoe onwaarschijnlijk veel arbeiders en opzichters zich met de bouw bezighielden. Hij is in de zaak slechts als getuige gehoord.

Matas woont nu in de Verenigde Staten, adviseert daar grote hotelketens, en is even terug voor het grote proces. De PP heeft hem al in de steek gelaten, beseft ook wel dat er veel stront aan de Mallorcaanse knikker zit, en de toenmalige ‘koning van Mallorca’ wordt nu door zijn eilandgenoten op straat uitgescholden (althans, door het deel dat nog niet zelf door de corruptie is bevangen). Of-ie uiteindelijk ook ooit eens veroordeeld wordt, dat is in Spanje weer een heel andere zaak. Maar zo’n publiek proces tegen iemand die zich altijd onaantastbaar achtte voelt voor hem al als vernedering.

Trouwens, de Balearen zijn natuurlijk méér eilanden. Maar als premier kun je niet ook nog eens de ongekroonde koning van Ibiza worden. Dat is namelijk al sinds mensenheugenis bankier en oud-minister van Buitenlandse Zaken Abel Matutes. Maar dát is weer een heel ander verhaal…

Conducteurs als marsmannetjes

Toevallig dacht ik vorige week nog aan ze, toen ik enkele dagen door Nederland treinde en op een bepaald moment tijdens de reis steeds het opgeruimde en luidkeelse ‘goedemorgen, dames en heren, mogen wij uw plaatsbewijs even zien?’ hoorde. Ondanks die vriendelijkheid schijnen die mannen regelmatig in elkaar geslagen te worden; soms snap je het land niet meer.

Vanochtend was ik in de trein van Sitges naar Barcelona aan de beurt. Mijn verbazing, en die van de medereizigers, was groot. Conducteurs!? En nog wel vijf tegelijk!? We dachten dat die helemaal niet bestonden. Het was de, denk ik, tweede keer in de laatste acht jaar, ongeveer, dat ik in de trein mijn plaatsbewijs moest laten zien, en dat terwijl ik er toch minimaal drie tot vier dagen per week gebruik van maak.

Om op conducteurs te sparen staan op de meeste stations speciale poortjes die je slechts met een geldig kaartje kunt passeren, maar regelmatig probeert een slimmerik kort achter je in dezelfde flits naar binnen te glippen. En op grote stations als dat van Sants staan ook weer poortjes waar je, net als in de metro van Parijs of Madrid, slechts naar buiten kan als je er nogmaals je plaatsbewijs doorheen roetst.

Dat voorkomt het zwartrijden natuurlijk niet. Naar schatting één op de tien reizigers van de Cercanías of Rodalíes, het netwerk rond Barcelona (en andere grote steden) reist zonder kaartje. Maar een heleboel anderen passen een andere truc toe: ze reizen op een kaartje waar minder zones op staan – en dat dus goedkoper is – dan die ze in werkelijkheid afleggen. En dat terwijl de trein hier niet echt duur is: Sitges-Barcelona is vier zones; een 10-rittenkaart kost 21,40 euro. Slechts 2,14 per rit, dus. Stukken goedkoper dan de 7,80 die ik vorige week betaalde voor Schiphol-Utrecht CS, ongeveer dezelfde afstand van 45 kilometer.

Een voetbalgek in de Barceloneta (2)

Nog geen half jaar geleden, in de maand oktober, gedraaid, in mei in première, nu de trailer: Johan I, ofwel Johan Primero, over een voetbalgek in de Barceloneta. Schrik trouwens niet als je het Camp Nou achter zo’n straatje in die visserswijk ziet; filmisch was dit voor regisseur Johan Kramer natuurlijk veel mooier dan in Les Corts.