Maandelijks archief: juni 2010

Nederlands ‘varieté’ op de Parallel

Tip voor de zovele Nederlanders die in Barcelona en omgeving wonen en hun Spaans/Catalaanse vrienden iets ‘Hollands’ willen laten zien zonder het risico te lopen dat ze er geen snars van begrijpen: tot 25 juli zijn de Ashton Brothers hier in het Teatre Victoria te zien met hun ‘spraakloze’ show. Vijf jaar geleden schreef De Volkskrant in een recensie al dat Nederland te klein was geworden voor deze vier vrolijke gekken (Pepijn, Joost, Pim en Friso, vervanger van de tijdelijk uitgeschakelde Friso) en sindsdien zijn ze dus over de grenzen gegaan. Ze vertelden me gisteren dat ze al eens ‘stiekem’ in Barcelona hebben opgetreden, toen negen jaar geleden de Parade/ Boulevard of Broken Dreams zijn tenten in de Barceloneta bij de oude haven had opgeslagen. Maar hoe goed en groot en bekend ze in Nederland ook zijn, in Barcelona kent niemand ze en moeten ze vanaf nul beginnen. Vanavond is de première en volgens mij verdienen deze vrolijke schoffies, zoals we ze vandaag in El Periódico noemen, dat wij Nederlanders behalve naar het voetbal van Oranje en Spanje óók naar deze clowns/acrobaten/tovenaars/lekkere jongens (dat zeggen ze zelf) in het Teatre Victoria aan de Parallel gaan kijken. Gisteren lieten ze ons slechts vier van hun 25 doldwaze sketches zien en dat beloofde al veel… Wat het nou precies is? Een kruising van Monty Python, Laurel&Hardy, Houdini, Tarantino-films, Tricicle en La Cubana. Of zoiets.

Radio na middernacht

De jeugd doet het iets minder, maar er zijn veel Spaanse mannen vanaf een jaar of vijftig die al jarenlang ’s avonds met een radiootje aan – of een oortelefoontje in – in bed gaan liggen. Het is dan net over twaalven, en op vijf of zes verschillende zenders beginnen dan de sportpraatprogramma’s, of beter gezegd voetbal talk radio. Ik vond het maar een vreemd fenomeen; wie ging er nou tot één uur, half twee ‘s nachts naar mannen over voetbal luisteren? Dat was wel vér vóór de tijd dat in Nederland zulke programma’s op TV kwamen; sterker nog: de uitvinders ervan in Hilversum, Barend&Van Dorp, deden het idee voor hun trucje op in Spanje.

Vreemd dus, tot ik zelf één of twee keer per maand ging aanzitten bij de mensen van Catalunya Ràdio. Tertulia noemen ze dat hier. Je kennis (of géén kennis) de ether in slingeren, interessant doen, je mening ventileren. ik werd er vaak op aangesproken, mensen gingen je stemgeluid en accent herkennen, slagers en timmerlieden die, zonder je ooit gezien te hebben, vroegen of je die Winkels was. Bleken dit soort programma’s, over heel Spanje gemeten, miljoenen luisteraars te hebben, met El larguero van de SER aks grootste, al was dat vroeger driftkop José María García van de concurrende COPE. Mensen zapten zelfs van het ene naar het andere station.

Gisteren was ik weer even terug, na een jaar of 10, in de nachtelijke studio van Catalunya Ràdio, aan de Diagonal. Buiten liep de jeugd dronken te zijn, binnen deden wij interessant over, onder anderen, het WK en het Nederlands elftal. En tienduizenden mensen die er naar luisterden…

‘s Nachts eten bij Glaciar

Vergat een foto te maken van hoe de Plaça Reial (of Plaza Real) er om een uur of twee ‘s nachts uitziet; laten we het gezellig druk noemen. Veel van de terrassen en restaurants zijn er een prooi geworden van de hordes toeristen die van de Rambla zijn ontsnapt, maar in één hoek overleeft één bar, Glaciar, al tientallen jaren aan die invasie. Natuurlijk zitten er toeristen en andere buitenlanders, en ze zijn natuurlijk hartelijk welkom, maar al vanaf het moment dat je er gaat zitten merk je dat de sfeer ‘anders’ is. late we het cosmopolitisch noemen. En aardig ook, de bediening. Zodanig, dat de Barcelonezen er zelf niet weggevlucht zijn, maar er graag afspreken. ‘s Morgens in het zonnetje, ‘s middags in de weldadige schaduw, en ‘s avonds in de zwoele windstilte. Plus een mooi oord om, na een concert in de Jamboree, nog heel erg laat wat te gaan eten. De vrolijke jongens van het kwartet van Benjamin Herman konden er nog terecht voor wat heerlijke broodjes, waaronder eentje met de onovertroffen chistorra, een klein, warm chorizo-achtig worstje. En bier, natuurlijk, veel bier.

Met de sax van het Castell naar de Jamboree

Gisteravond in het Castell d’Empordà, waar Ab Diks in zijn ongelooflijke kasteel/hotel in Bisbal d’Empordà zijn tweede editie van het Nederlandse Jazz-festival met succes afsloot, en vanavond in de Jamboree, één van de historische ondergrondse muziekpaleizen van Barcelona, aan het Plaça Reial. Het Benjamin Herman Quartet heeft een plaatsje op de overvolle agenda van de Jamboree kunnen veroveren, deze zaterdagavond om 21 en 23 uur. Dat van gisteren beloofde veel, dus kunnen we nu, dichterbij huis, op herhaling. Het leuke van zo’n zaaltje: van heel dichtbij kijken en luisteren naar Herman zelf, een virtuoze en vrolijke Anton Goudsmit op gitaar, Ernst Glerum op de bas en Joost Patocka, medeorganisator van het jazz-festival, op de drums. Op de website van Turisme de Barcelona worden ze op een mooie manier aangekondigd. Enige probleem is dat veel Barcelonezen dit lange weekeinde de stad uit zijn; maar toeristen ten over.

Sommigen leren het nooit…

The day after. Bijna alle sporen van de tragedie zijn uitgewist, de lichamen verdwenen, het bloed weggespoten. Op een dag als deze kun je verwachten dat een stationnetje als Platja de Castelldefels vol staat met cameraploegen. Nog één keer een blik op de perrons van de tragedie, die uiteindelijk 13 mensen het leven kostte, zo bleek na bestudering van de lichaamsdelen. Nauwelijks treinen; er is staking vandaag. Enkele die niet stoppen gaan met 140 km/h afschrikwekkend hard, zo lijkt het. En ze fluiten, heel lang en heel luid. En uit de luidsprekers komt de mededeling dat je niet over het spoor moet lopen. Een mededeling die niet nodig lijkt, na 13 doden die het land hebben doen schrikken. Maar dan komt er een trein uit Barcelona, stappen veel passagiers uit (bijna allemaal strandgangers), en zie je een meisje naar links en rechts kijken en ja hoor, ze springt van het perron af het spoor op. “Ik heb haast,” zegt ze later, als ze door twee bewakers wordt ondervraagd. En nee, ze had niets over dat ongeluk gehoord of gelezen.

Of het misschien in haar land gewoonte is, vraag ik haar. Ze is Russische. Nee, zegt ze, “bij ons zijn de perrons veel hoger, dan doe je dat niet.” In Spanje – en dat kan voor haar niet als excuus gelden – hebben veel mensen die gewoonte van vroeger geërfd. Op talloze kleine stations, vooral in toeristenplaatsen als Salou (hier op de foto, in 2000) en Calafell, kon je alleen naar de andere kant komen door het spoor over te steken; met hout of bielzen was er een pad aangelegd. Geen slagbomen verder, helemaal niets. Gewoon goed uitkijken. Inmiddels zijn er bijna overal voetgangerstunnels of -bruggen aangelegd, zijn de stations moderner. Maar de gevaarlijke gewoonte van vroeger is bij sommige mensen blijven hangen.

Tragedie op 50 meter van het feest

Nog altijd een gewoonte op veel kleine Spaanse stations: het spoor oversteken en zo niet door het ondergrondse gangetje tijd verliezen. In Castelldefels Platja bestaat die gang pas sinds enkele maanden; iedereen ging er altijd over een voetgangersbrug om bij het strand te komen. Een brug die honderden feestgangers gisteravond laat gesloten aantroffen. Dus staken ze maar het spoor over, tientallen gelijk. Ze zagen de Altaris, een hogesnelheidstrein, niet eens aankomen. Twaalf mensen, bijna allemaal jongeren, verloren het leven, veertien raakten zwaar gewond.

Ben er de hele nacht geweest, bij het kleine stationnetje en het wijkgebouw waar familieleden werden opgevangen. Urenlang is er naar delen van lichamen gezocht, terwijl ouders wanhopig op zoek waren naar hun kinderen. Misschien was er niets met ze aan de hand en waren ze op het grote strandfeest, de verbena van Sant Joan, op nog geen 50 meter van het station, zonder zelfs te weten welke tragedie zich er achter hun rug had afgespeeld. De foto hieronder is van zeven uur vanochtend; het feest ging nog altijd door… 

Inmiddels zijn alle mogelijke ministers, directeuren etcetera bijeen geweest, zijn er persconferenties gehouden en wordt er natuurlijk een onderzoek gehouden naar de veiligheidsmaatregelen rond het station. Te laat voor 12 jongelui, zoals zo vaak, al zullen hun vrienden, die het voor hun ogen zagen gebeuren, de les nooit meer vergeten. Ze zullen nooit meer het spoor oversteken.

Historische file

Feestavond in Catalonië, de verbena, de avond die vooraf gaat aan de vrije dag van Sant Joan. Avond van vuurwerk, dag van voortdurend ontploffende rotjes en kanonslagen, al lijken het er minder dan voriger jaren. Dag dat iedereen vroeger klaar wil zijn met werken. Middag en avond van historische file’s ook; een dag om met de trein naar huis te reizen. Dat doe ik elk jaar op 23 juni zeker sinds ik in 2004 in een historische verkeersopstopping terecht kwam, op weg naar Sitges. Was vroeg klaar met werken, een uur of zeven denk ik, maar (stom) had me niet geïnformeerd dat de C-32 al sinds een uur of vier onrustbarend vol was komen te staan. Of ik moet gedacht hebben dat tegen die tijd de file was opgelost. Of, nog stommer, zal wel op de krant hebben gezegd dat ik even in die file ging staan om erover te kunnen berichten; participerende journalistiek. Die middag en avond deden sommigen er zes uur over om de 45 kilometer tussen Barcelona en Sitges af te leggen. Het traditionele avondmaal ging voor een heleboel de mist in, de coca’s werden door de kinderen in de auto genuttigd. Vóórdat ik in de volledig vastgelopen tunnels terechtkwam, kon ik de snelweg af. Niet de kustweg op, die stond ook stil, maar door het Parc del Garraf, een doodstil weggetje door de natuur, deels zonder afsalt. Toch: bijna drie uur voor een reis die normaal een half uurtje duurt. Het is nu half vijf, maar de wegen staan nog niet vast. Ik denk dat iedereen de herinnering van 2004 nog in het hoofd heeft…

Het geheim van de pleinen

De straten zijn bijna altijd druk, iedereen is er onderweg, van links naaa rechts, van boven naar beneden. Straten zijn vluchtig, we zijn er allemaal passanten, momentopnamen. Pas op de pleinen staan we stil, gaan we zitten, komen we tot rust. Op de pleinen vindt ook meestal het echte leven plaats, van de jonge spelende kinderen tot de kwebbelende of dommelende bejaarden, 80 jaar leven in een notendop. Op een plein is ook bijna altijd een terras, een barretje, een restaurant. (Las zaterdag trouwens met verschrikking een reportage in NRC Handelsblad over Vinex-wijk Leidsche Rijn; het stond slechts in een tussenzin, maar toch: er staan na 10 jaar al meer dan 20.000 huizen, ‘maar er is nog geen horeca…’ Een stad zonder barretje, hoe kan dat? Misschien, en dat zou best kunnen, zijn er ook geen pleinen. Nieuwe pleinen zijn bovendien verdomd moeilijk goed aan te leggen, kijk naar het Museumplein in Amsterdam.) Maar dit gaat over de pleinen in Barcelona. Er is net een leuk boekje over uit, de geheimen van enkele van de tientallen pleinen, met anecdotes, verhalen over de oorsprong van de naam. Wel in het Catalaans, trouwens. Er komen veel bekende, maar ook onbekende pleinen in voor. Hieronder een paar van mijn favorieten, buiten die ik al eerder op mijn weblog heb genoemd, zoals topper Sant Felip Neri, Sant Agustí Vell of toch nog altijd de Plaça Reial (of Real), het relatieve rustpunt aan de Rambla. En tips zijn natuurlijk welkom!

De Plaça de Prim, nog een stukje autenticiteit in een voor een groot deel gesloopt Poblenou. Prachtpleintje met zijn drie Argentijnse bomen, de bellasombras of ombús, en nu de zomer eindelijk gekomen is het terras van Els Pescadors.

Vlak achter de boulevard Joan de Borbó en toch zo weinig bezocht: ruimte, een historische tapastent (Can Ganassa) en een goed restaurant, Botavara, waarvan eigenaar Joan me eens zei dat hij de 1.800.000 hondenrassen van de wereld kent “want al die honden zijn hier wel eens langsgekomen”.

Het plein Duc de Medinaceli is een kleine oase aan de drukke Passeig de Colom en vooral bekend onder de mensen in Barcelona omdat het bevolkingsregister er zich  bevindt. Vooral indrukwekkend door zijn enorme palmbomen en de oude gebouwen. Even verderop het leukste pleintje van El Born, de Plaça de les Olles, met twee, soms drie leuke terrasjes en vooral het idee dat Barcelona soms nog een dorp is.

Heel goed verstopt achter het oude postkantoor, toegankelijk vanuit liefst vijf smalle straatjes, kun je op het Plaça dels Traginers, in de Gothische wijk, iets drinken of eten bij La Luna de Jupiter in de schaduw van een deel van de oude Romeinse muur van Barcelona.

Gràcia is de wijk van de pleintjes; tallozen zijn er, ze hebben zelfs al eens een eigen boek gekregen. Keus genoeg, bijna allemaal even leuk. Als voorbeeld de eerste die ik ooit ontdekte, de terrasjes op de hoek van de Plaça de la Virreina, waar, zoals op zoveel pleinen, een kerk staat.

En je hoeft niet in het centrum te blijven om leuke pleinen te vinden. Alle historische wijken (Les Corts, Sants, Horta) waren vroeger aparte dorpjes en hadden dus hun eigen centrale plein, zoals dit Plaça Major de Sarrià, één van de verschillende pleinen in deze luxe wijk die je elke middag en op zondagochtend een prachtig levendig beeld van de buurtbewoners bezorgen.

Nederlandse ‘clowns’ aan de Paral.lel

Nederlands, maar tegelijk heel universeel vermaak de komende weken in één van de klassieke theaters aan de Paral.lel. Volgende week komt er een bombardement aan informatie in de kranten hier in Barcelona, dus lopen we maar een weekje op ze vooruit, voor mensen die alvast kaartjes willen bemachtigen… Vanaf 29 juni, en bijna de hele maand juli door, staan de Ashton Brothers er op het podium. Schijnt heel erg leuk te zijn, heb het zelf (nog) niet gezien, maar ze zorgden laatst al voor de nodige verwarring bij een Spaanse TV-show (de overigens redelijk mislukte late night van Santi Millan), waar toeschouwers én TV-kijkers serieus twijfelden of dit nou echt was of niet. Dus toch gewoon Nederlandse humor?

Alsof je op de markt eet…

Dat kan natuurlijk ook, op de markt zelf eten, bij historische tenten als Pinoxo en Kiosko Universal (van de Dalton-broers, zo worden zij genoemd) in de Boquería, of het aardige multiculti-fusionrestaurant in de markt van Santa Catarina, maar dít is toch iets anders. Je zit niet óp of ín de markt, maar in een restaurant dat La Paradeta heeft, en dat betekent weer marktkraam. Een viskraam, wel te verstaan; vleeseters of vishaters hebben hier absoluut niets te zoeken, waardoor de helft van de Nederlandse toeristen alweer afvalt… (Echt waar, nog nooit zoveel mensen als de Nederlanders horen zeggen, als ze om een restauranttip vroegen, dat er ‘toch ook wel iets van vlees’ op de kaart moest staan, of dat het ‘alsjeblieft niet alleen maar vis is wat ze hebben, want sommigen van ons lusten dat niet.)

De eerste Paradeta moet alweer bijna tien jaar geleden zijn geopend in de Born. Het concept is doodeenvoudig: bij binnenkomst (na eerst geduldig in de rij te hebben gestaan, deze tenten zijn populair) kies je uit welke heerlijkheden ze voor je moeten bereiden. Héél, heel erg veel keus is er niet, maar je kunt per gerecht ook voor verschillende bereidingswijzen kiezen: de schelpdieren als onovertroffen tallarines en almejas a la plancha (van de grill) of a la marinera (in een beetje witte wijn), de garnalen, camarlans en navajas (scheermessen) natuurlijk van die bakplaat in wat olie met knoflook en peterselie en de drie soorten inktvissen en de rape (zeeduivel) ook van de grillplaat of a la andaluza , een beetje in de meel gewenteld en dan gefrituurd. Je gaat vast aan tafel zitten en de koks roepen je bij een loket zodra ze de gerechten voor je bereid hebben. Je betaalt wat je bestelt, dus puur op gewicht. Het verraderlijke is dat heel veel mensen eigenlijk te veel eten bestellen, want eigenlijk willen ze van alles wat. Een fles albariño erbij en je zou bijna de enorme teringherrie vergeten die de grote groepen aan andere tafels maken. Ga er dus niet heen voor een romantisch diner, maar het liefst in een groep die net zoveel kabaal maakt als die aan de tafel naast je.

Je hebt ook een Paradeta in Sitges, maar wij gingen gisteravond naar die van de Carrer Riesgo, in Sants, op nog geen 5 minuten lopen van het station. In de knusse smalle straatjes kun je bovendien precies aan de overkant een afzakkertje nemen in een huiskamerachtige wijn- en cocktail bar en in het gedempte licht kun je je dan afvragen wát de Tequila is en wíe de Sunrise.