Maandelijks archief: februari 2011

Spanje gaat aan de shag

Thuis groeide ik op, zonder zelf ooit te roken, met het eeuwige blauwe pakje ‘Van Nelle halfzwaar’ van mijn vader, wiens vingers in een recordtijd een sjekje rolden, terwijl als ik het probeerde er altijd een vreemde toeter ontstond die ik ook nog eens niet goed kon ’plakken’. Kwestie van ervaring en oefenen. De Spanjaarden hadden de goedkopere shag niet zo nodig, want zij hadden zelf altijd al pakjes sigaretten voor belachelijk lage prijzen.

Een shagje rollen was in Spanje altijd erg vreemd; iedereen dacht al gauw dat er een jointje werd gerold, geen gewone sigaret. En nog steeds kijken veel mensen met een vorsende blik als zij vooral de jeugd met shag bezig zien. Maar wat blijkt: de verkoop van shag in Spanje is explosief aan het stijgen. Terwijl in januari de sigarettenverkoop met 34% daalde (gevolg van de combinatie van de goede voornemens voor het nieuwe jaar en de nieuwe, strengere antitabak-wet), ging die van shag met 20,5% omhoog.

Dus vandaag even in een estanco geweest, zo’n typische tabakswinkel met het zeer herkenbare uithangsbord, om te vragen of die cijfers kloppen en om te kijken wát er aan shag te bieden is. Stond versteld van dat enorme aanbod. Een collega op de krant rookt al jaren Drum, maar dat blijkt nu, met 6 euro, één van de duurste merken; tot voor kort hadden de estanco’s die pakje sshag vooral voor de toeristen, want het was hier altijd veel goedkoper dan in hun eigen land.

Maar nu zijn er talloze andere merken op de markt gekomen, met namen als Puebla (de best verkopende natuurlijk shag, zonder ‘additieven’), Mohawk, Manitou, Harvest, Steeple en een lang, lang etcetera. (Om niet te spreken van de talloze merken vloeipapier, terwijl ik me van vroeger alleen de Rizla kan herinneren). De prijzen zijn het laatste jaar door een nieuwe belasting flink gestegen, maar nog altijd zijn er pakjes te koop voor iets meer dan 2 euro, of grotere potten voor tussen de 10 en 20 euro.

Als allerlaatste is nu ook Marlboro met shag op de markt gekomen, sinds november, en de verkoopster liet me het verschil zien: een pot Marlboro-shag van 90 gram kost 11 euro en staat ongeveer gelijk aan zes pakjes sigaretten van hetzelfde merk, die bij elkaar meer dan 24 euro kosten…

Zondags uitstapje naar de heilige Ramón

Al 17 jaar lang lokte het licht elke avond weer de blik van mijn ogen de hoogte in: rijdend op de snelweg C-32 van Barcelona naar Sitges, ter hoogte van Sant Boi de Llobregat, lijkt er elke avond weer in het duister een fel licht ver boven de aarde te hangen. Ik wist inmiddels dat het een klein kerkje was, die van Sant Ramón, maar besloot er eindelijk ook maar eens te gaan kijken, overdag. En wat blijkt: de klim naar 289 meter hoogte (een groot deel met de auto, trouwens), naar de top van de berg Montbaig, blijkt in het weekeinde een uiterst populair uitstapje te zijn. Zeker in weekeinden als deze, waarin de zon net als de hele week prachtig zal stralen en de temperatuur bijna de 20 graden bereikt.

De kleine, rechtlijnige ermita werd al bijna 125 jaar geleden op de berg boven Sant Boi gebouwd door ondernemer Josep Estruch, die het kerkje in 1887 de naam meegaf van zijn vader Ramón, een belangrijke bankier uit Barcelona in die tijd. Misschien dat er in die beginperiode veel mensen de zondagse tocht naar de top maakten om dichter bij God te zijn, maar tegenwoordig worden er nauwelijks nog missen in de kerk gehouden, slechts één zaterdag per maand. Sterker nog, het gebouw is niet eens meer van de katholieke kerk of een religieuze groepering, maar in bezit van de gemeente Sant Boi.

Gelovigen komen er nog wel, trouwens, wat te zien is aan de talloze babykleertjes die aan beide zijden van de ingang aan de muur hangen. Dat heeft te maken met Sant Ramon Nonat, de beschermheilige van de kinderen, en talloze mensen vragen op papiertjes gezondheid en geluk voor de pasgeborenen. Om de zoveel tijd moeten de kleertjes worden verwijderd, omdat het er te veel worden.

Maar je hoeft niet gelovig te zijn om de berg op te gaan. Een stichting beheert de bar en het restaurant, dat behalve op maandag alle ochtenden en middagen van de week geopend is en waar Montse en Esteve je typisch Catalaanse gerechten aanbieden. En vóór of na het eten kun je genieten van het uitzicht, niet alleen op Barcelona, maar ook over de hele streek, de Baix Llobregat, en op heel heldere dagen kun je zelfs Mallorca zien liggen.

De coup van 23-F, alsof het gisteren was

Vandaag gaat de film in première; goed moment, natuurlijk, precies dertig jaar later. 23-F. De Spanjaarden hebben de goede gewoonte bijzondere dagen zo af te korten. 23-F, iedereen weet dan waar je het over hebt, 23 februari 1981. Mijn herinnering aan die dag is nog vers; de zomer daarvóór had ik als 17-jarige een Spaans meisje ontmoet, Mari, mijn latere vrouw. We schreven elkaar brieven -internet bestond niet – en heel af en toe mocht er van de ouders gebeld worden, maar  bellen naar het buitenland was duur, natuurlijk, iets van twee gulden per minuut, of zo. Nadat ik op de Nederlandse journaals die besnorde gek van een Tejero had gezien mocht ik natuurlijk wél bellen: het hele gezin zat thuis, in l’Hospitalet, in de flat, een interior zonder ramen naar de straat, en wachtte in spanning af. Latere schoonpapa Paco had zijn vader, zoals zo velen, in de Burgeroorlog verloren – hij streed aan de republikeinse, rode kant – en vreesde alweer voor een herhaling van vroeger, of de terugkeer van een dictatuur. De familie Carmona zou, zoals half Spanje, de hele nacht niet slapen.

Vandaag dus eindelijk een film over die ongelooflijk spannende 24 uur van toen. Boeken zijn er al genoeg, al heeft de laatste, van auteur Javier Cercas, veel lof gekregen. Anatomie van een moment is zojuist in het Nederlands verschenen. Hieronder de recensie van Paul van der Steen in dagblad Trouw:

De Spaanse democratie was nog jong en kwetsbaar, toen militairen in februari 1981 een staatsgreep pleegden. Romancier Javier Cercas wilde de coup achter de beroemde televisiebeelden vandaan krabben.

// <![CDATA[Weinig journaalbeelden hebben als kind meer indruk op me gemaakt dan die van de poging tot staatsgreep in Spanje op 23 februari 1981. Het is lastig te analyseren wat ervoor zorgde dat ze zo intens bij me ’binnenkwamen’. De immense brutaliteit van de daad was zelfs voor een schooljongen duidelijk. De kwetsbaarheid van de democratie misschien ook.

De belangrijkste hoofdrolspelers deden de rest. Luitenant-kolonel Antonio Tejero met zijn borstelsnor en lachwekkende Guardia Civil-hoofddeksel, een operettefiguur die zo leek te zijn weggelopen uit het stripalbum ’Kuifje en de Picaro’s’. Daarnaast premier Alfonso Suárez, die overeind bleef in zijn bankje toen de meeste afgevaardigden wegdoken voor de kogelregen waarmee de coupplegers kort na hun binnenkomst gezag probeerden af te dwingen.

Op de beelden die zich op mijn netvlies brandden, ontbraken op de een of andere manier Manuel Gutiérrez Mellado en Santiago Carillo. Ook zij lieten zich nauwelijks imponeren door de binnendringers. Generaal Gutiérrez Mellado, vice-premier onder Suárez, liep zelfs onverschrokken op Tejero en zijn mannen af. Carillo, leider van de Spaanse communisten, zat tegenover Suárez in de arena, maar een stukje hoger dan de minister-president. Dat hij bleef zitten tijdens het schieten liep wat minder in het oog.

Wat wel in de herinnering bleef hangen was de televisietoespraak van koning Juan Carlos. Gestoken in zijn uniform van kapitein-generaal sprak hij de natie toe. In ondubbelzinnige bewoordingen nam hij afstand van de gebeurtenissen in het Congres en betuigde hij steun aan de Grondwet en de democratie.

De romancier Cercas wilde eigenlijk fictie schrijven over 23 februari. Daar kwam hij van terug. Na verloop van tijd begreep hij dat de gebeurtenissen tijdens en rond de coup „alle dramatiek en al het symbolisch potentieel bevatten dat we van literatuur eisen”. Anatomie van een moment werd een non-fictieboek. Niets dat hij zelf verzon, raakte Cercas zo hevig, bracht hem zo in vervoering, was zo complex en meeslepend als de werkelijkheid van die historische dag in 1981.

De schrijver reconstrueert tot in detail de gebeurtenissen tijdens de bange uren van toen. In de volksvertegenwoordiging, maar ook in de rest van Madrid. En in Valencia, waar opstandige troepen de stad onder controle hadden. Hij laat het niet bij de actie, maar kijkt ook nadrukkelijk naar de reactie, of liever het gebrek daaraan.

Dat velen in de eerste uren na de coup verzuimden om partij te kiezen en zoveel mogelijk opties openhielden, had te maken met de onduidelijkheid van het moment. Die houding afdoen als lafheid is te gemakkelijk. Een zeker opportunisme kwam er zeker bij te kijken. De invloed van het nationale trauma van de bloedige Burgeroorlog uit de jaren dertig valt ook niet uit te vlakken. Alles beter dan de orgie van bloed van destijds.

Cercas plaatst de coup in zijn tijd. De Spaanse democratie stond nog in de kinderschoenen, terwijl de problemen zich opstapelden: de economische situatie was deplorabel, het terrorisme (voornamelijk van de Baskische afscheidingsbeweging Eta) nam toe, instellingen en bestuurders boetten aan gezag in. Een staatsgreep hing in de lucht. Wie daar niets van moest hebben, deed op zijn minst mee aan het speculeren over meer bemoeienis van de militairen, het aanstellen van een sterke man of het aantreden van een eenheidsregering.

De auteur toont overtuigend aan dat de mannen die niet doken voor de kogels alle drie ’helden van de terugtocht’ waren. Zoals later Michael Gorbatsjov deed, loodsten zij hun land door een overgangstijd heen en waren daarom min of meer voorbestemd om tussen het raderwerk van de geschiedenis vermalen te worden.

Het uit de provincie afkomstige lefgozertje Suárez werd groot onder het Franco-regime. Na de dood van de dictator verwezenlijkte de politicus het schijnbaar onmogelijke. Binnen een jaar legde de nieuwe premier de basis voor de Spaanse democratie. Misschien wel de allerknapste prestatie: de franquisten tekenden zelf mee voor de liquidatie van het franquisme. Maar begin 1981 was de houdbaarheidsdatum van Suárez verstreken. Spanje was hem zat. Juist op het moment van de staatsgreep werd zijn opvolger gekozen.

Bij het vestigen van het burgerlijk gezag waren militairen onontbeerlijk. Generaal Gutiérrez Mellado gebruikte zijn gezag om de hervormingen te ondersteunen. Hij ging onder Suarez dienen als vice-premier. Door de lotsverbondenheid met de minister-president liepen hun opkomst en ondergang vrijwel parallel.

Gutiérrez Mellado verspeelde met zijn politieke optreden veel van het krediet dat hij had bij zijn oude wapenbroeders. Vooral het rabiate deel daarvan verweet hem zijn instemming met het voor hen ondenkbare: de legalisering van de communistische partij, de gehate tegenstander uit de tijd van de Burgeroorlog.

Aan de andere kant van het politieke spectrum verweten de communisten hun secretaris-generaal Carillo dat hij te veel concessies deed. Hij verkoos eendracht en vrijheid boven zijn oude idealen, revolutie en gerechtigheid. Onvergeeflijk, vonden de kameraden van weleer.

Met hun wat minder flexibele geest weigerden de tegenstanders van Suárez, Gutiérrez Mellado en Carillo te geloven dat de drie gedreven werden door authentieke overtuiging. Ze zouden zich puur laten leiden door eigenbelang en politieke overlevingsdrift.

Cercas maakt van alle betrokkenen mensen van vlees en bloed. Hij stapt niet in de valkuil waartoe de televisiebeelden van toen uitnodigden. De staatsgreep was geen western, waarin de wereld uiteenviel in heldhaftige cowboys met witte, en kwaadaardige cowboys met zwarte hoeden. De werkelijkheid was veel te complex om zich in zulke simplistische schema’s te laten vatten.

’Anatomie van een moment’ is niet vrij van manco’s. Cercas stelt meestal exact de juiste vragen, maar blijkt wat slordiger met het geven van de antwoorden. Een aantal keren valt hij in herhaling. En de manier waarop hij de wederwaardigheden van de jonge Spaanse democratie aan het einde van het boek naar zijn persoonlijke leven trekt, is mooi, maar het gebeurt te haastig, als een soort toegift die de tijd eigenlijk niet meer toestaat. Dit gegeven had meer uitwerking verdiend.

Cercas’ boek heeft behalve historische relevantie ook een zekere actualiteitswaarde. ’Anatomie van een moment’ laat zien dat democratie nooit volmaakt kan zijn, uiterst kwetsbaar is en dat gekanker op het systeem de funderingen daarvan gevaarlijk kan aantasten.

var id2 = '0.42728016720548223';
// ]]>

Dubbel zoveel bossen als vroeger

En ik altijd maar denken dat Nederland zo’n bosrijk land is/was, vooral in de buurt van Utrecht waar ik opgroeide en ooit demonstreerde tegen het aanleggen van een snelweg door ons Amelisweerd. Talloze boswandelingen maakten we, en we gingen nog niet eens naar de Veluwe. Plus de camping waar we altijd kwamen, in Driebergen, die natuurlijk Het Grote Bos heette. Allemaal een mythe, blijkt nu. De Spaanse afdeling van het FAO (een organisatie van de Verenigde Naties) maakte gisteren het rapport ‘De stand van de bossen’ bekend en wat blijkt: Nederland is het Europese land met het minste oppervlak aan bosgebied, slechts 11%, kort achter Groot Britannië (12%)  en ver verwijderd van Duitsland (32%), Frankrijk (29%) en natuurlijk Zweden (69%) en Finland (73%). Per 1.000 inwoners hebben we in het dichtbevolkte landje maar 22 hectare bos beschikbaar.  Bijna geen land komt onder de 100 ha pero 1.000 inwoners en de meesten zitten boven de 200 ha…

Nu Spanje dus, want daar gaat dit blog toch ene beetje over: 36% van het land is bos, er is 409 hectare per 1.000 inwoners beschikbaar. Het rapport werd mede gepresenteerd omdat Spanje niet ontbost is maar, in tegendeel, in de laatste eeuw zijn oppervlakte aan bosgebieden juist heeft verdubbeld. Na China en de Verenigde Staten is Spanje in het laatste decennium het land op de wereld dat het meeste bosgebied herwint, zo’n 170.000 hectare per jaar.

Dat komt onder anderen omdat het platteland blijft leeglopen, maar ook omdat er steeds meer bos-plantages worden aangelegd. Toeristen die soms door het achterland van de Costa Brava toeren zal het wel eens zijn opgevallen, de kilometerslange rijen torenhoge populieren die strak achter elkaar staan, allemaal bestemd voor de houtindustrie. Om niet te spreken van de kurkeiken die een groot deel van datzelfde achterland bevolken - Spanje is na Portugal de grootste Europese producent van kurk.

Voor degenen die in Barcelona zijn en een boswandeling willen maken: ik heb het al vaker over de Collserola gehad, het beschermde natuurpark net achter de Tibidabo waar je dagenlang kunt rondlopen of -fietsen en heerlijk kunt eten. De Nederlandse Vereniging deed dat zaterdag geloof ik bij Can Borrell in Sant Cugat, waar het net als overal in Catalonië tijd is voor de calçots (zal er binnenkort maar eens een uitgebreide post over schrijven, die prachtige uien). Al was vroeger mijn favoriete trip uit de stad naar de Montseny, vlak aan de snelweg richting Girona, afslag Sant Celoni, beloond met lamskoteletjes bij het restaurant Costa de Montseny, dat nog altijd lijkt te bestaan.

Gezocht: Nederlandse schooldirecteur in Barcelona

Het is voor mij, en mijn kinderen, al weer lang geleden, maar ooit bracht ik ze elke zaterdagochtend naar een klein lokaaltje in Sant Pere de Ribes om drie, vier uur lang een beetje Nederlandse taalvaardigheden op te doen. Het is het typische probleem van een gemengd huwelijk in het buitenland, Spanje in dit geval: de kinderen krijgen elke dag op school onderwijs in Spaans en Catalaans, thuis is vader of moeder ook Spaans en/of Catalaans en het Nederlands van de andere partner, die óók nog eens Spaans en/of Catalaans spreekt, komt in het verdomhoekje terecht. Al sprak ik met hen in het Nederlands, mijn kinderen antwoordden me altijd in het Spaans, want dat begreep ik toch wel.

Die lessen in Ribes hielden op te bestaan, we moesten vanaf dan naar Castelldefels. Inmiddels blijkt die Nederlandse school enorm gegroeid te zijn, met tegenwoordig ook nog een dependance in Sant Cugat én een heuse eigen naam, Oranje dijk-school. De beheerder, de Stichting Nederlandse Taal- en Cultuur Barcelona, is nu op zoek naar een nieuwe bevoegde directeur-leerkracht.

Uit de vacature-advertentie: De Stichting Nederlandse Taal en Cultuur Barcelona ‘de Oranje-dijkschool’ zoekt een nieuwe directeur / leerkracht. De stichting is opgericht in 1992. De school is aangesloten bij NOB.
De school biedt Nederlands taal en-cultuuronderwijs aan ruim 135 leerlingen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar die Nederlands als eerste of tweede taal hebben. De meerderheid van de leerlingen woont permanent in of rond Barcelona en heeft  één ouder met de Spaanse nationaliteit.
Op zaterdag geven we in Castelldefels (op 15 minuten van Barcelona) les aan ruim 85 kinderen verdeeld over 6 groepen (PO en VO), van 9.30 tot 12.30 uur.
Op maandag geven we in Sant Cugat (ook op 15 minuten van Barcelona) les aan ruim 35 leerlingen verdeeld over drie groepen (enkel PO) van 17.15 tot 19.15 uur.
Op woensdag geven we in Castelldefels les aan zo´n 15 kinderen (2 groepen) die Nederlands als eerste taal hebben. Van 16.30-18.30 uur.
Er worden gedurende het schooljaar extra cultuurlessen gegeven en activiteiten georganiseerd n.a.v de Nederlandse feestdagen.
De stichting heeft momenteel 6 vaste leerkrachten en 1 invalkracht in dienst. Het Bestuur van de stichting bestaat uit 7 leden en komt maandelijks bijeen op het Nederlands Consulaat in Barcelona.

De rest van de advertentie, met alle vereisten, is hier te vinden.

Droog weer in Barcelona? In november!

Terug in Barcelona ontvangen door de regen, gisteren (vandaag is het weer mooi zonnig). En dus vroeg ik me af of het de laatste tijd wat natter is, hier, want da gevoel heb ik een beetje. Ja, dus; althans vorig jaar in ieder geval, zo leren de  meteorlogische samenvattingen van het observatorium van Fabra, halverwege de Tibidabo. Vroeger had ik altijd het idee dat ik hooguit een week per jaar in de regen door Barcelona moest fietsen, maar perceptie en realiteit liggen nogal eens ver uit elkaar. Barcelona heeft gemiddeld rond de 100 dagen per jaar met (een beetje) neerslag, maar 2010 werd met 128 regen- (en een klein beetje sneeuw-)dagen het natste sinds lange tijd, liefst een maand meer regen, bij elkaar, dan bijvoorbeeld in 2006 en 2007, toen er ‘slechts’ op 95 respectievelijk 97 dagen druppels vielen. In totaal was 2010 goed voor 720 mm neerslag, wat niet ver onder de 801 mm ligt die er gemiddeld over heel Nederland viel, al heeft ons ‘kikkerlandje’ ook jaren gekend met meer dan 900 mm. Opvallend, het aantal dagen dat er in 2009 in Nederland neerslag viel was 132, niet zo veel méér dus dan in Barcelona, maar die statistiek blijkt een beetje verraderlijk: dat zijn alleen dagen dat er in NL méér dan 1 mm valt, terwijl in BCN élke druppel wordt gemeten. Het aantal dróge dagen in en rond De Bilt was 133, dus bleven er nog eens 130 over waarop het miezerde.

Maar het verschil tussen Barcelona en Nederland blijken we dus vooral in de temperatuur en de zonneschijn te moeten zoeken: moet Nederland het gemiddeld met bijna 1.600 uren zon per jaar doen, in Barcelona hadden we hem vorig jaar 2.596 uur aan de hemel staan, en duizend uur extra zon is veel, heel veel.

Wie trouwens vrijwel zeker wil zijn van een droog uitstapje naar Barcelona (vandaar de kop boven deze post) moet trouwens behalve in redelijk droge maanden als juni of juli vooral in november komen: in het overzicht van de laatste tien jaar ontdekte ik dat het hier in november gemiddeld nog geen vijf dagen regent. Vorig jaar was de maximale temperatuur in die maand bovendien nog 23º, en dát allemaal maakt het verschil juist in zo’n herfstperiode met Nederland het grootst. November dus…

UPDATE: De herfst is dit jaar (2011) héél laat ingetreden in en rond Barcelona; pas op 20 oktober is het een beetje begonnen met regenen. Deze maand november zou dus wel eens heel wat natter dan het gemiddelde kunnen zijn. En dit blog, natuurlijk, is niet aansprakelijk voor in het water gevallen vakantietjes…

 

 

 

 

 

Met pijl en boog op de ‘stadszwijnen’ jagen

Ze beginnen een serieus probleem voor de hogere delen van Barcelona te worden: tussen januari en september vorig jaar werden 540 incidenten met everzwijnen geteld, vooral in de wijken Sarrià-Sant Gervasi, Gràcia (het bovenste deel, niet de populaire straatjes rond de Carrer Verdi) en Horta-Guinardò, buurten die half tegen de Tibidabo aanleunen en grenzen aan het beschermde natuurpark Collserola. Incidenten betekent in dit geval dat ze vuilniszakken kapotvraten, tuinen binnendrongen of voor verkeersproblemen op straat zorgden.

De populatie zwijnen in Collserola schijnt in de laatste jaren verdrievoudigd zijn en de beesten hebben nu de stad ontdekt om aan voldoende voedsel te komen. Eten dat ook nog eens door de mensen wordt gegeven, want we vinden het zo leuk, van die halfwilde beesten op straat. De schatting is dat er in Collserola bijna 900 wonen. Te veel , zeggen de deskundigen van de Catalaanse regering, dus mag er op ze gejaagd gaan worden, maar alleen op een bijzondere, ouderwetse manier.

Een klopjacht, die al eens in 2004 werd georganiseerd,  schijnt niet zo effectief te zijn: één beest wordt misschien omgelegd, maar de rest vlucht na het horen van de schoten diep het park in. Bovendien moet zo’n jacht overdag plaatsvinden, wanneer Collserola vol zit met wandelaars. Dus is besloten dat er ’s nachts gejaagd moet  worden, en alleen maar met pijl en boog. Wat niet betekent dat iedereen nu zomaar in het donker de berg op kan met zijn pijl en boog; er worden speciale vergunningen voor afgegeven en de selectie is streng. Als wandelaar zou ik me deze maand februari, de jachtmaand, me ‘s nachts in ieder geval niet op Tibidabo wagen.

De dierenbeschermers zijn al in opstand gekomen. De regio die een half jaar terug nog het stierenvechten verbood gaat nu de everzwijnen aan een langzame dood blootstellen, zeggen zij. We zijn in afwachting van de reportage over de jacht, kijken of we dat nog wel kunnen, op die ouderwetse manier en in het donker, waarin de zwijnen zich zo thuisvoelen.

Konijn in gember, om te beginnen

Het jaar van de tijger, míjn jaar, is bijna voorbij, dat van het konijn gaat beginnen. De tijger, zo voorspelden de Chinese astrologen, zou voor onrust zorgen, een nog diepere crisis, rampspoed en een heleboel meer. Chinese stellen voorkomen liever dat hun kinderen in het teken van de tijger worden geboren, wachten liever op het jaar van het konijn. Want het konijn is het sterrenbeeld van de gefortuneerden, van de goedboerende ondernemers. Het konijn moet dus iets meer rust brengen, na de tijgerstorm, maar het konijn is ook een oplettend beest, kijkt altijd goed om zich heen om niet het slachtoffer van een roofdier te worden.

Gisteravond al liep Lam Chuen Ping een beetje op de Chinese Oudejaarsnacht vooruit en nodigde, zoals elk jaar, vrienden, bekenden en enkele beroemdheden uit in zijn restaurant, Memorias de China. Met vooraf de gebruikelijke dans van de draak en de leeuw in de Carrer Lincoln, een straatje achter de Via Augusta die ik tot nu toe alleen kende van enkele bezoeken, in een ver verleden tijd, aan de toen absolute discotempel van de stad, Otto Zutz.

Memorias de China staat bekend als één van de beste Chinezen van de stad, want heeft niets te maken met de standaardchinees en zijn flauwe Arroz Tres Delicias. Een andere topper, in dat opzicht, is iets verder buiten het centrum Rio Dragon, waar eigenaar en kok Chang ook nog een beroemde goochelaar is en zijn kunstjes graag aan tafel vertoont. Net als Chang is Lam Chuen Ping een bekende Chinees in Barcelona. Hij woont hier al sinds 1972, was filmacteur, was de eerste accupuncturist in de stad, opende de eerste vechtsportschool, is de voorzitter van de vereniging van Chinese ondernemers en heeft dus dat restaurant, waar we gisteravond aan het nieuwe jaar mochten proeven.

Vooraf een mix van ‘zee- en bergvruchten’, dus van kreeft tot paddestoelen, daarna turbot in een beetje pikant sausje (de Cantonese keuken houdt niet zo van pikant of gekruid), vervolgens konijn in gember en als dessert een opvallend op een konijn gelijkend zoet broodje met chocolade in deeg. Opvallend vond ik wel dat er aan geen enkele tafel Chinese genodigden zaten, slechts de Catalaanse (zogenaamde) chique. Dat is, zo werd mij verteld door een collega, wel anders bij l’Olla de Si Chuan, op Aragó bij het Plaça Letamendi, waar het vol met Chinezen zit aan de grote pannen, de hotpots, die samen met de beroemde peper de keuken uit Szechuan zo pittig en bijzonder maken.