Maandelijks archief: februari 2012

Het andere centrum van de stad

Iedereen kent het Plaça de Catalunya als het meest centrale punt van Barcelona, maar het drukste plein van de stad is toch het Plaça d’Espanya, enkele kilometers en drie metrostations zuidwaarts. Niet alleen wat verkeer betreft, omdat daar de weg richting vliegveld begint, of naar de dichtbevolkte forensensteden (Hospitalet, Sant Boi, El Prat, Viladecans, Gavà, Castelldefels), maar ook steeds meer qua aantal voetgangers, mensen die er iets te zoeken hebben, toeristen en, vanaf deze week weer, de verwachte 60.000 bezoekers aan het Mobile World Congress, vroeger het 3GSM. Onlangs is het contract met Barcelona als wereldhoofdstad van de mobiele telefonie verlengd, al staat dat weer op het spel nu de chauffeurs van zowel metro als bus deze week in staking gaan. Maar welke congresganger wil het nou niet, dit prachtige weer in februari, begin maart, inmiddels weer rond de 20 graden, zonnetje, lekker eten, niet te dure hotels en een lang etcetera. De beurs vindt plaats in de congrespaleizen van de Fira die er voor de Wereldtentoonstelling van 1929 aan de voet van de Montjuïc-heuvel werden gebouwd.

Veel is er sindsdien veranderd, op en rond het plein. Dat beurscomplex, met de Venetiaanse zuilen bij de entree, ligt er nog, net als de monumentale fontein in het centrum van het plein, waar de beeldhouwwerken aan zoveel verschillende zaken refereren (de zeeën rond Spanje, de rivieren, de religie, heldendaden, etc) dat het teveel is om op te noemen. De andere twee oorspronkelijke gebouwen waren een hotel (nu een school) en een stierenvechtarena (nu een groot en populair winkelcentrum). Vooral dat laatste, Las Arenas, heeft het plein extra leven ingeblazen, en het zal er deze week ongewtijfeld topdruk zijn, vooral in de talloze restaurants op de onderste en bovenste verdieping (een winkelcentrum in Spanje heeft bijna meer eettentjes dan winkels).

Eén hotel ligt er aan het plein, het Plaza, waar vroeger een politiekazerne stond die in 1986 nog doelwit van een aanslag van de ETA was. Eén agent kwam om. Daarvóór zat, in hetzelfde gebouw, vroeger het Hotel nº 1, een gigantisch complex voor de bezoekers van de Wereldtentoonstelling. Het stond bekend als het ‘gebouw van de klok’, en die klok, in een moderne versie, hebben ze op de gevel van het Hotel Plaza willen ‘bewaren’. Op de laatste hoek tenslotte ligt een groot bureau van de Catalaanse politie (Mossos d’Esquadra), plus een kleine delegatie van de Policia Nacional.

Deze week verkende ik het plein weer eens, en stopte uiteindelijk bij de kleine kiosk (bovenste foto) die al minimaal 40 jaar staat op de brede stoep aan het begin van de Avinguda Paral·lel. Mevrouw Pepi zit daar elke dag, van 10 uur ‘s morgens tot 10 uur ‘ s avonds, achter haar minuscule loket, waar ze snoep en drank verkoopt en ook saldo op de telefoonkaart toevoegt. Authentieke prijzen bovendien: een fles water van 1,5 liter kost er 1,20 euro; in andere kiosken in de stad betaal je minimaal het dubbele. En ondanks (of vanwege) die lange dagen en lage prijzen zijn er maanden dat ze verlies lijdt in de Kiosco Antonio.

 

Het kruispunt van de verdwaalde (en beroofde) toeristen

 

 

 

Het is elke dag weer, elk half uur, een curieus gezicht, een voortdurende herhaling van zetten, een repetitie van Lost in Translation of andere films over een vreemdeling in een ander land. Het is enkele minuten over het hele uur en precies een half uur later wanneer de trein afkomstig van het vliegveld groepjes toeristen op het centraal gelegen stationnetje van Passeig de Gràcia uitspuwt (altijd beter te nemen dan het ‘centraal’ station Barcelona-Sants als je in het centrum of de buurt ervan moet zijn). De meeste reizigers (zeker zij die op de nieuwe T-1 landen) nemen tegenwoordig de Aerobus vanaf het vliegveld, die je afzet op Plaça de Catalunya, maar een flink deel komt ook met die trein vanaf de oude T-2, waarop Transavia,  Easyjet en Ryanair vliegen. En als ze dan in Passeig de Gràcia uitstappen en daar, halverwege het perron, de roltrap naar de buitenlucht nemen (en niet de trappen naar het stationshalletje aan het begin van het perron, een rotuitgang als je met koffers komt), zie je elke keer weer dezelfde verwarring.

Het is je altijd moeilijk oriënteren in een stad als je uit de ondergrondse stapt. Wat is welke richting? (Stadmensen hebben bovendien niet de gewoonte die richting aan de stand van de zon af te lezen.) En als je in Passeig de Gràcia uitspapt, verwacht je toch ook op die herkenbare, brede laan te staan, met direkt al uitzicht op het Casa Batlló, één van de huizen van Gaudí. Niet dus. Je staat aan de drukke zesbaans Aragó waar het verkeer voorbijraast, en als het stoplicht op rood staat komt er ook een voortdurende stroom auto’s en motoren de dwarsstraat, Pau Claris, afrijden. Waar zijn we? zie je toeristen niet alleen denken, maar ook discussiëren, met de plattegrond er direct bij. Ze kijken naar links en naar rechts, lopen naar de straathoek om de naambordjes te kijken, maar dan nog weet je niet welke kant links of rechts op de kaart is. Een enkeling durft het aan een voorbijganger te vragen, en die kan je een eenvoudig antwoord geven: de Passeig de Gràcia is één straat verderop.

En een plaats waar (veel) toeristen een beetje verdwaald en verdwaasd hun weg zoeken, is ook ideaal werkterrein voor de boeven. Tijdens het wachten op één van die aeroport-treinen zag ik ze ongeneerd in actie (foto hiernaast): ze zijn met zijn drieën, twee gaan op de roltrap staan achter meestal 50+ toeristen, de derde drukt beneden op de noodknop en als de roltrap bruut tot stilstand komt, bieden de andere twee de toeristen aan hun koffer naar boven te dragen. Intussen worden er handen in de zakken of handtassen van die toeristen gestoken… Welkom in Barcelona.

Ietsje zwaarder dan Bruce Willis

Barcelona heeft er een kleine, populaire attractie bij; eentje die je maar één keer gezien hoeft te hebben, of je moet op een sterk dieet zitten. Eén van de minst bekende en goedkoopste musea van de stad, het Museum van de Ideeën en Uitvindingen (MIBA), ontdekte dat een tentoongestelde weegschaal wel érg populair was bij de bezoekers, dus waarom dat ding niet op straat zetten, naast de entree? Dus staat sinds vorige week in de zeer centrale Carrer Ciutat, net links van het gemeentehuis op de Plaça Sant Jaume, de grote weegschaal waar je gewicht niet alleen in kilo’s wordt uitgedrukt, maar ook in ‘beroemdheden’. Veel zijn het er niet, maar op  elke 10 kilo kun je je ‘meten’ aan zowel een Spaanse als een internationale beroemdheid (het originele idee is van enkele Ieren, Angry Design.) Dus mag ik zeggen dat ik iets zwaarder ben dan Bruce Willes en iets lichter dan Fred Flintstone, want een beetje humor ontbreekt er niet op de weegschaal die báscula quitacomplejos heet, ofwel de weegschaal waar je je complexen mee kwijtraakt. Op Spaans niveau sta ik gelijk met een dame, de populaire TV-presentatrice Maria Teresa Campos; die er twee keer op voorkomt: met Kerst is ze tien kilo zwaarder dan normaal. En bóven de 100 kilo staat Joan Laporta, de oud-voorzitter van FC Barcelona, die tijdens zijn bewind door de vele etentjes behoorlijk uitdijde. Ook ónder de 10 kilo staan er beroemdheden: het oor van Van Gogh en Dani Devito… Messi (zonder bal) is iets zwaarder dan Justin Bieber.  En boven de 160 komt Lady Gaga in vleesjurk. Ach, een kort en aardig tijdverdrijf.
En als je dan toch in de Carrer Ciutat bent, loop je naast het museum even binnen bij bar-restaurant Magnolia, een héél leuke tent met lekker eten, ongedwongen, en bij de ingang een lange hoge tafel waar je tijdens het eten op een groot scherm ook naar wedstrijden van Barça kunt kijken. Maar in de rest van de tent klinkt gewoon muziek.