Het Barcelona-gevoel

Blogs ingedeeld als ‘politiek’

Stemmen Catalanen voor onafhankelijkheid?

14/12/2009 · 1 Reactie

Dit is het ANP-bericht:

BARCELONA – De Catalanen hebben zondag in een symbolisch referendum ‘ja’ gezegd tegen een onafhankelijk Catalonië in de Europese Unie. Het Spaanse persbureau Europa Press meldde dat 94 procent van de kiezers zich uitsprak voor de volledige afscheiding van Catalonië van Spanje.

Voor de volksraadpleging waren 700.000 kiesgerechtigden, ongeveer 10 procent van de Catalaanse bevolking, in meer dan 160 gemeentes opgeroepen. De opkomst voor het referendum was slechts 30 procent.

De centrale regering in Madrid erkent de door lokale organisaties georganiseerde volksraadpleging niet. Volgens de Spaanse grondwet mag alleen de staat referenda uitroepen.

Een van de initiatiefnemers van het referendum, burgemeester Carles Mora van de gemeente Arenys de Munt, noemde de uitslag een ”triomf voor de soevereniteit”. Hij wil dat er in april een volksraadpleging voor heel Catalonië komt. (ANP)

Dit is de werkelijkheid, met wat gegevens op een rijtje:

- verreweg het grootste gedeelte van de 166 gemeentes waar dit referendum werd gehouden zijn kleinere plaatsen waar de meest nationalistische partij (Esquerra de Catalunya, ERC) een grote aanhang heeft, net als de iets gematigder CiU (Convergència i Unió). Dorpen dus met een sowieso al iets grotere drang naar zelfstandigheid.

- Bijna overal won het ‘ja’ (vóór onafhankelijkheid) met meer dan 90% van de stemmen. Niet omdat het hele dorp vóór was; de opkomst lag rond de 30%: anders dan bij andere referenda hadden de potentiële nee-stemmers nauwelijks enige interesse in de gang naar de stembus. Het was vooral een nationalistisch Catalaanse feestje in al die dorpen, dus die uitslag was te voorzien.

- In de iets grotere plaatsen was de opkomst lager (ook omdat de stembussen soms ver weg waren…), en in een stadje als Vilanova i la Geltrú, waar de socialisten regeren, kwam er net 20% van de kiezers opdagen.

Conclusie: die hele volksraadpleging is wel aardig om de rest van Spanje en de politici in Madrid even te laten weten dat er best wel mensen in Catalonië nog altijd vóór de volledige onafhankelijkheid zijn; een aantal dat volgens de enquêtes al een tijd rond de 20% ligt, ongeveer het aantal dat dat gisteren ook via de stembus liet blijken.Verder zal het referendum nauwelijks enige (politieke) impact hebben. Symbolisch, inderdaad.

Volgend jaar wordt de raadpleging ook onder Catalanen in o.a. Nederland gehouden. Ook zijn er plannen om het referendum naar de stedelijke gebieden uit te breiden, al zal de ‘rode ring’ van immigrantensteden rond Barcelona en ook de hoofdstad zelf nog minder warmlopen voor een dergelijk initiatief dan de mensen in de 166 gemeentes van gisteren.

Het ANP deed het dus ook goed het bericht zodanig te koppen: Catalanen ’stemmen’ voor onafhankelijkheid, met dat stemmen tussen aanhalingstekens. En dan nog klopt het niet helemaal: slechts 200.000 van de in totaal bijna 5 miljoen stemgerechtigde mensen die in Catalonië wonen stemde gisteren voor onafhankelijkheid…

Categorieën: politiek
getagged:

Praten met een (oud-)terrorist

01/12/2009 · Laat een reactie achter

Vreemde gewaarwording enkele jaren geleden in het Baskenland, toen de ETA net een wapenstilstand had afgekondigd die definitief leek maar het helaas niet was. Na het wekelijkse protest van familieleden van gevangen ETA-terroristen in Rentería werd me gevraagd of ik met een oud-gevangene wilde praten. Op straat, om de hoek van het gemeentehuis, werd ik voorgesteld aan Jon. Een half uur spraken we over de ETA, over de gevangenschap ook: tot voor kort werden alle ETA-gevangenen zo ver mogelijk bij het Baskenland vandaan in gevangenissen gezet, om hen en de familie, die hen zo nauwelijks kon bezoeken, een beetje extra te straffen. Jon zat 19 jaar op de Canarische Eilanden vast. “De gevangenen zijn altijd een politiek instrument geweest”, zei hij.

Terug op de krant keek ik even wat Jon als jonge twintiger had uitgevreten, ik kwam er niet op dat op dat moment te vragen. Vier moorden begin jaren tachtig, enkele ontvoeringen en wat mislukte aanslagen… Hij was, na 19 jaar cel, nog altijd strijdlustig, maar ook gematigder. De ETA moest maar eens aan het definitief neerleggen van de wapens denken, zei hij, maar de politiek moest ook met gebaren komen.

Het zijn die historische ETA-gevangenen die nu steeds meer vinden dat de gewapende strijd zinloos is. Terwijl buiten de ‘jongen honden’ van de terreurbeweging niet te stoppen zijn – al is het alweer een tijd rustig, na de zoveelste arrestaties binnen de top, waar de leiders steeds tijdelijker zijn -, zitten achter tralies de veteranen op een nieuwe toekomst te broeden. Nu is het één van de meest gevreesde ooit, Urrosolo, met tientallen doden op zijn naam, die de politieke tak van Batasuna aanspoort eens met een goede, vreedzame oplossing te lomen. Urrusolo is om die denkwijze trouwens al 10 jaar terug uit de ETA gezet.

Benieuwd trouwens hoe het, nu die wapenstilstand niet werd aangehouden, het die Jon vergaat…

Categorieën: intussen, in Spanje · politiek
getagged: ,

De waardigheid van Catalonië

27/11/2009 · 1 Reactie

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is weer een soort Barça-Madrid (die zondag wordt gespeeld), maar dan in de politieke arena. Een wedloop over autonomie die niet zo eenvoudig is uit te leggen als 90 minuten voetbal met winst, nederlaag of gelijkspel tot gevolg. Een wedstrijd die zal worden beslist door rechters van het zogeheten Constitutionele Hof, de Spaanse Hoge Raad. Maar dat zal geen beslissing zijn die op juridische gronden gebaseerd is, maar op de politieke voorkeur van elk van die rechters van dat Hof. En omdat er precies evenveel progressieve als conservatieve rechters zijn (lees: óf voorgedragen door de PSOE óf voorgedragen door de PP) is er al meer dan een jaar een status quo dat maar niet doorbroken wordt.

In het kort, met het gevaar (of de zekerheid) onvolledig te zijn: in 2006 hield Catalonië een referendum over een eigen statuut, het fameuze Estatut op zijn Catalaans; een soort grondwet waarmee de regio/het land zich niet onafhankelijk verklaart van Spanje, maar wel duidelijk vastlegt hoe ver de autonomie binnen de Spaanse staat gaat. Eén van de meest heikele punten: Catalonië noemt zichzelf een natie, en dat is tegen het zere been van de conservatieven en Spaanse nationalisten.

Zowel het Catalaanse als het Spaanse parlement keurden het statuut, inmiddels na lange onderhandelingen flink gekort, goed, maar de Partido Popular stapte naar die Hoge Raad om delen van het statuut ongrondwettelijk te laten verklaren. Dat hof debatteert daar nu dus al meer dan een jaar over en met het verstrijken van de tijd vreest Catalonië dat er nóg veel meer aan dat statuut gemorreld gaat worden.

Om de rechters en politieke macht in Madrid even wakker te schudden publiceerden donderdag 12 in Catalonië gemaakte kranten een gezamenlijk hoofdredactioneel commentaar over ‘De waardigheid van Catalonië’. Normaal grote concurrenten van elkaar, waren ze het nu volledig eens. Een ongekend initiatief dat een dag later (vandaag, zie de voorpagina’s hierboven) stof gaf tot een nieuwe lange reeks pagina’s met alle reacties uit de maatschappij en de politiek.

Om terug te keren naar het voetbal: zelfs FC Barcelona vaardigde een persbericht uit, waarin de club eist dat “de sociale, culturele en ecnomische realiteit van ons land” (Catalonië dus) gerespecteerd wordt. Barça zal “het beeld van Catalonië zonder minderwaardigheidscomplexen in de wereld blijven uitdragen.” Wie dacht er nog dat sport en politiek niets met elkaar van doen hebben? Wordt dus weer een nationalistisch feestje, zondag op de tribunes van het Camp Nou. Een overwinning van Barça zal, dat weer wel, ongetwijfeld veel uitbundiger worden gevierd dan een positief besluit van de Hoge Raad…

Categorieën: politiek · voetbal en sport
getagged: ,

Geen voedingsbodem voor een Spaanse Wilders

20/11/2009 · 3 Reacties

Het zou een nachtmerrie voor Geert Wilders zijn: in slechts zeven jaar heeft Spanje er vijf miljoen inwoners bijgekregen, is het gegroeid van 40,9 miljoen naar 45,8 miljoen burgers, en van die groei komt zo’n 84% voor rekening van immigranten. Of misschien had de PVV-leider het niet eens zo erg gevonden, omdat van al die inmigranten een grote meerderheid uit Zuid-Amerika en Roemenië komt en dus meestal niet de islam als geloof aanhangt.

Natuurlijk, het is een authentieke immigrantentsunami die Spanje heeft overspoeld, mede omdat de regering gedurende een periode de poorten tot legalisatie wijd open zette, maar het heeft niet geleid tot de oprichting of gegroeide populariteit van een anti-immigrantenpartij. (Tegenwoordig moet je oppassen, mag je niet extreem-rechts zeggen wat extreem-rechts is; één voorspelling: als Wilders de volgende verkiezingen wint, zullen de media uit alle buitenlanden het over een ‘opvallende triomf van extreem-rechts in het vroeger zo tolerante’ Nederland hebben, net zoals wij de Fransman LePen nooit als populist maar als extreem-rechts hebben bestempeld.)

Sorry, terug naar Spanje, waar sinds 2002 soms per jaar 1 miljoen nieuwe buitenlanders het land in kwam, en niet als toerist. Misschien kon het immense land het ook wel hebben: Spanje is daarvoor nooit een groot immigratieland geweest. Het verschil met Nederland valt je op als je, bijvoorbeeld, op Rotterdam-Alexander de trein neemt of in hartje Barcelona de metro. Spanje had slechts één kolonie met gekleurde mensen, Ecuatoriaal Guinea, een daarvandaan kwamen er in de jaren zestig  niet zo veel naar hun ‘moerderland’. Dus is Spanje, ondanks het latijnse uiterlijk, altijd een vrij blank en bleek land geweest. En ook nu nog zijn de meeste immigranten voor het ongeoefende oog van de westerse toeristen niet op te merken, die zien het verschil tussen een Spanjaard en een Ecuatoriaan nauwelijks. De lokale bevolking doet dat wel: een stad als l’Hospitalet de Llobregat, waar ik mijn eerste Spaanse jaren tussen 1988 en 1993 tussen de Andalusische immigranten doorbracht, is nu Quito of Santo Domingo in het klein geworden. Dat leidt tot conflicten, maar die zullen wel zo minimaal zijn dat ze hier nauwelijks de kranten halen.

Die ongeremde groei zal trouwens de komende jaren vrijwel tot stilstand komen; veel immigranten zijn ook alweer vertrokken, vanwege de hoge werkloosheid. Het is hier niet meer het paradijs. Slechts in enkele concrete wijken komt het aantal buitenlanders in de buurt van de 50%. Nog geen voedingsbodem voor een Spaanse Wilders dus.

Categorieën: politiek
getagged:

572,43 euro voor een nieuwe gloeilamp

22/10/2009 · 1 Reactie

el ejido plaza mayor

Met het risico vervelend te worden: een mooi voorbeeld wát het woord corruptie in de praktijk nou precies inhoudt. En hoe brutaal de plegers ervan zijn, want zowel de ene als de andere partij verbergt absoluut niet dat het goed mis zit, zo blijkt vandaag uit een artikel in El País.

Het gaat over El Ejido, waar deze week de burgemeester en 19 anderen werden opgepakt, onder wie de directeur van het bedrijf dat het volgende deed: er was een tegel stuk op het Plaza Mayor van het stadje, op de foto boven. Een redelijk gewone steen, wit marmer, één vierkante meter. De rekening, door een even corrupte gemeente-ambtenaar met genoegen betaald, laat zien wie en wat er nodig was voor de reparatie van die ene tegel: twee ‘gewone’ arbeiders, één ’speciale’ arbeider, twee ‘eerste opzichters’ en twee ‘tweede opzichters’. Samen waren ze 27 uur aan het werk, gebruikten ze twee van die kleine modellen bulldozers (of hoe ze ook mogen heten), een kiepwagen, 35 kilo beton en 250 meter lint om de zone af te zetten. Totaal, inclusief 16% BTW, 2.134,66 euro, wat nog meevalt voor zoveel gedoe…

Dat soort opgeblazen rekeningen leverde het bedrijf per jaar zo’n 33 miljoen euro aan gemeentegeld op, terwijl het werkelijke werk zo’n 13 miljoen moet hebben gekost. Vanzelfsprekend zal dat rijkelijk met steekpenningen aan ambtenaren beloond zijn geweest.

Nog eentje dan, omdat het behalve triest ook zo leuk is. Tijdens een concert van een zanger in het stadion deed een gloeilamp bij de loketten het niet. Twee man kwamen een nieuwe lamp erin draaien. Ze waren 10 uur bezig, volgens de factuur. Totaal, 572,43 euro.

Categorieën: intussen, in Spanje · politiek
getagged: ,

De Catalaanse Madoff is te oud voor het gevang

19/10/2009 · 2 Reacties

millet

Deze man is een boef. En die erachter loopt ook. Dat zeg ik niet, dat hebben ze zelf bekend. Althans, niet met die woorden natuurlijk. Félix Millet, op de voorgrond, en Jordi Montull waren de grote mannen van het Palau de la Música; tientallen jaren lang controleerden zij wat er in het prachtige modernistische gebouw gebeurde. Niemand die hen controleerde. Dus, erkenden zij laatst in een brief die ze aan de onderzoeksrechter schreven, hadden ze wat geld van het Palau voor zichzelf gehouden. Zo’n drie miljoen euro. Boeven? Nee, dat waren ze niet. Ze hadden zich vergist. Ze hadden een foutje gemaakt. Cynischer kun je een brief niet schrijven.

Bovendien was het maar een gedeeltelijke bekentenis, bedoeld om op strafvermindering aan te sturen, want ze zouden ook nog wat geld terugstorten. Volgens de rechter hebben ze meer dan 10 miljoen euro achterover gedrukt. Dubbele facturen, valse rekeningen, alles was mogelijk. Millet, die een zeer gewaardeerde vertegenwoordiger van de Catalaanse bourgeoisie was, had nooit genoeg. Zijn dochters trouwden in het Palau, maar de volledige rekening ervan, inclusief banket, ging naar de stichting die de muziektempel beheert. Vader Félix ondertekende de factuur. Millet moest ook voor 280.000 euro aan zijn grote huis in l’Ametlla del Vallès verbouwen, waar hij een halve berg bezit. Zelf betalen? Tuurlijk niet. Rekening naar het Palau. Vakantiereisjes met het gezin? Op kosten van het Palau en, erger, van diens donateurs en subsidiegevers.

palau1Eind juli werd de zaak openbaar, viel de politie de kantoren van het Palau binnen. Papieren die de agenten toen niet vonden, werden een dag later door een employée stiekem opgehaald, zo lieten veiligheidscamera’s zien. Vandaag, bijna drie maanden later, moest het duo eindelijk voor de rechter verschijnen. Heel Catalonië wil hen de cel in hebben, de verontwaardiging over dit soort luxe-boeven is groot, maar omdat er weinig vluchtgevaar zou bestaan, mogen ze op vrije voeten blijven. Bovendien, meneer Millet is over de zeventig; in een cel stoppen, dat doe je een oude man niet meer aan, zegt justitie. De Catalaanse Madoff wordt-ie al genoemd. Maar díe zit wél in het gevang; al gaat de vergelijking een beetje mank. Madoff ruïneerde talloze mensen, Millet niet. Maar hij heeft wel z’n halve leven gejat en komt er waarschijnlijk met een lichte straf mee weg.

palau-de-la-musica

Categorieën: politiek · zon, zee en andere zaken
getagged: ,

Het tweede trio van de Azoren

07/10/2009 · 3 Reacties

(c) miguel lorenzo

Het heeft even geduurd, sinds de vorige post over het corruptieschandaal binnen de PP, maar het is ook een complexe zaak. Gisteren kwamen de eerste 70.000 pagina’s van het uitgebreide onderzoeksrapport vrij, en de kranten komen vandaag ruimte tekort om alle bevindingen zo smeuïig en tegelijk duidelijk mogelijk te brengen. Ik ga maar niet te diep in op de Caso Gürtel, die nog maanden kan duren en waarvan de voor de partijleiding meest gevoelige informatie nog naar buiten moet komen. In het kort: een corrupt netwerk van slimme jongens (leider Correa liet zich graag Don Vito noemen) trommelde geld los bij grote bouwbedrijven in vooral Madrid en Valencia, maar ook Galicië en Castilla-León, vier van de vaste bastions van de Partido Popular. Voor een deel van het geld kochten zij peperdure kadootjes voor de belangrijke mensen binnen de PP die over bouwcontracten beslisten en die projecten dus aan de gulle bouwers schonken.  Het andere deel van dat geld ging naar de partijkas van de PP om de campagnes en meetings voor de (regionale) verkiezingen te bekostigen. En die meetings mochten dan weer door Correa en zijn jongens worden georganiseerd voor veel meer geld dan gebruikelijk was. Maar zij kregen ook andere lucratieve contracten, zoals die rond de America’s Cup en de formule-1 race in Valencia. Een mooie ronde cirkel waar iedereen beter van werd…

trio de azoresNou over de kop en bijgaande foto’s. Die bovenaan wordt al het ‘tweede trio van de Azoren’ genoemd, een uitdrukking die in Spanje gelijk staat aan absoluut foute mensen. Het eerste trio staat hiernaast: op de Azoren besloten George Bush. Tony Blair en José Maria Aznar de aanval op Irak en de nooit gevonden ‘massavernietigingswapens’ van Saddam Hoessein te openen. Fout. Minder erg zijn dus de delicten van het trio bovenaan, gefotografeerd tijdens de formule 1-Grand Prix van Valencia. Flavio Briatore, net voor het leven geschorst, heeft in Italië wel eens voor oplichting in de cel gezeten, maar heeft verder niets met het PP-schandaal te maken. In het midden zit Alejandro Agag, netwerker en schoonzoon van Aznar, die volgens de laatste informatie het corrupte netwerk van Correa de PP binnenloodste. En rechts Francisco Camps, de premier van Valencia, die zelf dure pakken kado kreeg, een zaak die door de opperrechter van Valencia werd geseponeerd; dezelfde opperrechter die verklaarde dat hij en Camps méér dan goede vrienden zijn.

Camps haalde even opgelucht adem, de PP ook. De enquêtes blijven de partij bovendien gunstig behandelen. Desondanks is de zaak alsnog geëxplodeerd. Wordt dus vervolgd.

Categorieën: politiek
getagged: , , , ,

Een treurige nationale feestdag

11/09/2009 · 4 Reacties

11-setembre-1714

Vreemde feestdag altijd, de Diada, de nationale feestdag van Catalonië, op 11 september (die trouwens pas sinds 1980 wordt gevierd). Een vreemde dag omdat er een nederlaag wordt herdacht, de val van Barcelona in 1714, en daarmee het einde van de Catalaanse rechten. Een beetje typisch Catalaans ook, om een treurige nederlaag te herdenken. Het is ook nooit een vrolijke feestdag, de Diada, altijd volgepropt met politiek, spanningen, fluitconcerten. Een strijd om wie er nou meer of minder Catalaans is. Geen echt volksfeest ook. Ik zou voorstellen Sant Jordi, op 23 april, tot nationale feestdag uit te roepen, want daar word je gewoon vrolijk van. Van de Diada niet. Weinig mensen die de straat opgaan om iets te vieren. Gewoon een mooie dag om nog eens naar het strand te gaan. En tot overmaat van ramp werd 11 september in 2001 ook nog eens wereldberoemd, maar niet door de Catalanen, maar door wat moslim-terroristen.

Voor wie een beetje van die Catalaanse geschiedenis in 1714 wil weten en niet een halve encyclopedie wil doorlezen, bij deze een fragment uit mijn boek, Het Barcelona-gevoel, over de Successie-oorlog van bijna drie eeuwen geleden en de oorsprong van de Diada.

De Vrede van Münster maakte in 1648 een einde aan de Tachtigjare Oorlog. Ook de Catalanen haalden daardoor opgelucht adem. Sinds 1618 hadden zij last gehad van een andere oorlog, de Dertigjarige tussen Spanje en Frankrijk, die vaak Catalonië als strijdtoneel aan beide kanten van de Pyreneeën gebruikten en op dezelfde dag werd beëindigd. In 1640 waren de Catalanen alle bemoeienissen van buiten zat en landbouwers uit Girona begonnen een opstand, de Oorlog van de Maaiers (la Guerra dels Segadors; dat laatste woord is nog altijd de naam van het volkslied van Catalonië), die leidde tot de onthoofding van een Spaanse onderkoning op het strand van Barcelona en het uitroepen van de Catalaanse republiek, die vooral op de steun van de Fransen vertrouwde. Maar die grootmacht maakte al snel een einde aan bepaalde voorrechten van de Catalanen, die diep teleurgesteld raakten in de Franse ‘bezetter’. In het verdrag van Münster wist Catalonië wel zijn rechten te behouden en de officiële afgevaardigde, Josep Fontanella, keerde uit de Duitse stad terug met een boodschap: ‘Wij zouden ons aan de Nederlanders moeten spiegelen.’ Hij vond het bewonderenswaardig hoe een ander klein volk zich jarenlang zo dapper verweerd had tegen de Spanjaarden en uiteindelijk als één van de overwinnaars uit de strijd en de vredesonderhandelingen was gekomen.

senyera

Niettemin zouden de Catalanen zich de volgende eeuw behoorlijk bedrogen voelen door de Nederlanders én de Engelsen. Catalaanse schepen hadden de beide grootmachten van de zee bijgestaan om in 1704 Gibraltar op de Spanjaarden te veroveren. Op dat moment was de Spaanse Successie-oorlog aan de gang, waarin Europa’s twee grootste koningshuizen, de Bourbons uit Frankrijk en de Habsburgs uit Oostenrijk, om de vacante Spaanse troon streden. Nederland, Engeland en andere kleine staten, waaronder Catalonië, Portugal, Savoye en Pruisen, steunden de Oostenrijkse aartshertogen in hun aspiraties, want zij vreesden een te grote Spaans-Franse macht van Filips de Anjou, die als Filips V troonpretendent van de Bourbons was. In 1705 sloten de Catalanen in Genua een pact met Engelsen en Nederlanders waarin hen werd beloofd dat zij een eigen staat zouden behouden, die zelfs door een flink regiment van Engels-Nederlands-Oostenrijkse troepen verdedigd zou worden.

 De dood van de Oostenrijkse aartshertog Jozef I in 1711 en diens opvolging door Karel VI, die tot dan toe in Barcelona gezeteld was om daar de Bourbon Filips V buiten de deur te houden, zorgde echter voor een totale ommekeer in de houding van Engelsen en Nederlanders, die nu ineens de Oostenrijkse macht wilden beperken en er geen probleem mee hadden Spanje aan de Bourbons te schenken. Toen in 1713 de Vrede van Utrecht werd gesloten en alle kemphanen Europese en overzeese gebieden verdeelden, met Engeland als de grootste winnaar – die dag werd onder anderen Gibraltar definitief een Engelse kroonkolonie -, dachten de Catalanen nog altijd dat zij als eigen staat zouden blijven bestaan, door die grote Europese alliantie beschermd tegen de ongetwijfeld boze bedoelingen van Filips V om van het Iberisch schiereiland een volledig Spaanse eenheid te maken. In het geheim was echter al afgesproken dat de nieuwe koning van Spanje geen strobreed in de weg zou worden gelegd als hij Catalonië bij zijn rijk wilde voegen. rafael_casanova_4In 1713 en 1714 belegerde een gezamenlijke Frans-Spaanse troepenmacht van, op het hoogtepunt van het offensief, 40.000 soldaten 18 maanden lang de stad Barcelona, waar zo’n 5.500 Catalaanse mannen onder leiding van Antoni de Villarroel en Rafael de Casanova (bij zijn monument in Barcelona wordt altijd op 11 september door de politieke leiders én voetbalclubs als FC Barcelona en Espanyol een bloemenkrans gelegd) heroïsch verzet boden. De Engelsen, Nederlanders en Oostenrijkers waren allang vertrokken. Ruim 30.000 bommen die onophoudelijk op de stad vielen vernietigden éénderde van Barcelona en op 11 september 1714 viel de stad in handen van de vijand. Die dag hield de souvereine natie Catalonië voorgoed op te bestaan. De eigen wetten werden nietig verklaard en uitingen van Catalaanse taal en cultuur verboden. Bijna drie eeuwen na de zege van Filips V zijn de Bourbons nog altijd de koninklijke familie van Spanje.

Categorieën: politiek
getagged: ,

Photoshoppen in Franco’s tijd

29/06/2009 · 2 Reacties

franco4

Vanaf vandaag is hij geen ereburgemeester van Madrid meer, noch adoptiefzoon van de Spaanse hoofdstad en ook de gouden- en eremedaille zullen hem, postuum, worden ontnomen. Beter laat dan nooit, maar er zijn zaken in Spanje die nog zo gevoelig liggen dat ze zich héél langzaam moeten voltrekken. Zeker als het Francisco Franco betreft, de kleine dictator (hier vrolijk op de foto met de besnorde collega Hitler) die in staat bleek een heel land in zijn ijzeren greep te houden zonder dat iemand er iets tegen deed. Nóg hebben sommige Spanjaarden spijt dat het land lijdzaam de dood van de generalísimo afwachtte en pas tóen de weg naar de democratie insloeg.

Op voorstel van Izquierda Unida (Verenigd Links), wiste het gemeentebestuur van Madrid vandaag de sporen van Franco in de eregalerij uit. Maar niet iedereen was het er mee eens. Enkele wethouders van de Partido Popular kwamen niet opdagen voor de stemming en hun partij, die overigens wel vóór stemde, klaagde erover dat het nou maar eens moet zijn afgelopen met het schoppen tegen het verleden.

Het besluit van de Madrileense gemeenteraad past een beetje in de tendens van de laatste jaren om de nalatenschap van Franco in het openbare leven te wissen. Zijn laatste standbeelden, in Madrid en Santander, zijn inmiddels verdwenen en eindigden in anonieme opslagplaatsen. franco2Andere sporen zijn iets moeilijker uit te wissen: er bestaan in het centrum van Spanje nog kleine dorpjes met opvallende namen, zoals Villanueva de Franco (Nieuwedorp van Franco) en, nóg mooier, Llanos del Caudillo, de Vlaktes van de Führer (Caudillo betekent Leider, maar Führer past in dit opzicht wat beter). Enkele jaren geleden stemden de 700 bewoners van dit laatste gat, ergens in de provincie Ciudad Real op de weg van Madrid naar het zuiden, tegen een naamswijziging van het oord, dat in 1956 met financiële steun van de dictator werd gesticht.

Overigens bestond het ‘photoshoppen’ ook al eind jaren dertig, een uitvinding die vanzelfsprekend door de dictaturen het best en meest is toegepast. Het persbureau Efe vond in zijn archieven twee dezelfde foto’s van dat bezoek van Hitler aan Franco, op het Frans-Baskische treinstation van Hendaye. Op de originele foto staat Franco met zijn ogen dicht; dat schoonheidsfoutje werd later met een ander hoofd van hem, geplakt op de eerste foto, hersteld.

franco photoshop

Categorieën: intussen, in Spanje · politiek
getagged: , , ,

De doden, 70 jaar later (2)

18/06/2009 · 2 Reacties

En de beloofde reportage, van oktober 2008 (met excuses voor de lengte)

Spanje begint deze maand met het openen van 19 massagraven uit de tijd van de Burgeroorlog (1936-’39) en de jaren erna. Behalve de duizenden republikeinse soldaten die tijdens gevechten omkwamen liggen in die graven talloze mensen die door het regime met of zonder rechtszaak werden gefusilleerd. In totaal gaat het om zo’n 150.000 doden.

Tekst: Edwin Winkels

Op de onmenselijke ochtend van 17 april 1938 verloor het kleine dorpje Isavarre, twaalf huizen verstopt in één van de vele valleien van de Pyreneeën, bijna al zijn vaders en echtgenoten. Bij zes huizen stonden ineens de soldaten van de nationalen voor de deur, het leger van de opstandige generaal Francisco Franco dat na wekenlange zware gevechten het ene bergdal na het andere op de republikeinen veroverde. Soldaten van de verslagen vijand waren er niet meer in het dorp, die waren dood of de volgende bergkam over gevlucht. Boeren, een onderwijzer en een pastoor, dat waren de mannen in Isavarre. Zes van hen werden door de overwinnaars van Franco meegenomen. Uit nabijgelegen dorpen moesten er ook nog eens vier mee. Ze waren tussen de 31 en 59 jaar.

            Nadal Paulet was net elf jaar geworden toen zijn vader, vredesrechter Joan Paulet van 51 jaar, de bevelen van de militairen opvolgde. Vader kleedde zich aan, nam afscheid van zijn vrouw en vijf kinderen en ging met hen mee. Zeventig lange jaren hebben de herinnering van dat jochie van toen niet uitgewist. ,,Eerst brachten ze hem met de anderen naar het kerkje van het dorp en vandaar naar een stal in Sorpe, daar aan de overkant, de berg op. De soldaten hadden de namen op een papiertje staan, ze wisten precies voor wie ze kwamen. Omdat er geen soldaten meer waren in de vallei moesten ze zich waarschijnlijk wreken op wie dan ook.”

            Natuurlijk was de vallei zo rood als wat, in het fascistische oog van Franco. Spaans werd er nooit gesproken, slechts Catalaans met een loodzwaar accent uit ver verleden tijden. Nadal Paulet is zo’n oer-Catalaan. Nu, anno 2008, is hij nog de enige inwoner van Isavarre. Hij, zijn hond en de honderd geiten die aan zijn voeten grazen. Met een vriendje was hij die middag in 1938 zijn vader en de anderen nog eten gaan brengen in de stal. Toen ze waren vertrokken volgde er een nacht van martelingen. De ochtend erop werden de tien mannen op een rij tegen een muur gezet, gefusilleerd en op dezelfde plaats begraven in een anoniem gat in de grond.

Spanje ligt vol met dat soort graven. Exacte cijfers zijn er niet, zullen er ook nooit komen. De schattingen lopen uiteen van 120.000 tot 180.000 mensen die tijdens maar ook nog na de Burgeroorlog (1936-’39) aan de rand van een weg, in een boomgaard of in een afgelegen boerderij om het leven werden gebracht. Vaak zonder rechtszaak, of die rechtszaak was een pantomime. Het was de bloedige en wraaklustige hand van Franco. Nu pas, na ruim dertig jaar democratie, is er een massaal proces op gang gekomen om te gaan onderzoeken wat Spanje precies onder de grond verbergt. Rechter Baltasar Garzón heeft de bestanden opgevraagd van de verschillende regionale stichtingen en overheden die zich de laatste jaren intensief met het lokaliseren van Franco-vermisten hebben beziggehouden.

Een commissie van zeven experts zal een zo volledig mogelijke index van graven samenstellen. Historica Queralt Solé is één van hen en als specialist van de Catalaanse regering in Barcelona helpt ze families al jaren met het zoeken van het graf van hun vaders, ooms of opa’s – vrouwelijke slachtoffers waren er veel minder. ,,Er zijn drie soorten graven,” vertelt ze. ,,De mensen die ná de Burgeroorlog zijn omgebracht, en die zijn het eenvoudigst te vinden, omdat er altijd wel dorpsbewoners of familieleden zijn geweest die verteld hebben wáár zij precies werden gefusilleerd en wie het waren. Daarnaast zijn er op de officiële kerkhoven de massagraven van soldaten die in de ziekenhuizen in de achterhoede overleden en met tientallen of zelfs honderden begraven werden. Ook daarvan hebben we veel gegevens. Het moeilijkst zijn die van de soldaten die aan het front stierven en overal verspreid liggen.”

Het front van de Ebro, waar de grootste slag plaatsvond en die de definitieve overwinning van Franco inluidde, brengt nog regelmatig nieuwe lugubere ontdekkingen als landbouwers hun grond omspitten en botten aantreffen. (Dat er over gevallen Franco-soldaten nu nauwelijks wordt gerept komt omdat die al na de Burgeroorlog hun eerbetoon hebben gekregen als strijders voor Spanje. Zij hebben hun pompeuze monument in de Valle de los Caídos, waar ook nog het graf van Franco zelf ligt.)

,,Drie, vier dagen later wisten we dat mijn vader en de anderen vermoord waren,” zegt Nadal Paulet nu. ,,We zagen de soldaten over straat lopen met nieuwe broeken die van de boeren waren geweest. De generaal die het offensief had geleid, Sagardia, die had het al gezegd: voor elke dode soldaat zou hij tien Catalanen doden.”

De moeder van Nadal vluchtte ook, naar Frankrijk, waarvan de grens slechts tien kilometer verderop ligt. Ze was bang voor haar leven en liet haar vijf kinderen alleen achter in Casa Miqueu, hun boerenhuis. De oudste was vijftien. Ze werkten op het land en speelden met de soldaten die hun vader hadden gedood en het dorp hadden bezet. Wat konden ze anders, zegt Nadal, ze waren kinderen en probeerden te overleven met het eten dat ze van die soldaten kregen. Eigenlijk sprak niemand meer in de vallei over wat er gebeurd was. Een zwijgen dat 65 jaar zou duren. Pas vijf jaar geleden vertelde Paulet voor het eerst waar de tien mannen begraven lagen en wat er die dag in 1938 precies was gebeurd.

In Sorpe, aan de rand van een weiland, onder een heel grote boom, staat nu een kleine monoliet met daarop de tien namen, de leeftijd en de gezamenlijke sterfdag. ,,Er kwam eens een Duitser die me zei dat met geld van de Europese Unie het graf geopend kon worden en ze allen een waardige plaats op het kerkhof zouden krijgen,” zegt Paulet. ,, Dat hoeft van mij niet. Daar is mijn vader gestorven, daar ligt hij al zeventig jaar, laat hem daar maar met rust.”

Veel nabestaanden denken als Paulet. Het doel van de meesten is slechts om precies te weten wáár hun dierbaren begraven liggen. Vaak zijn het de kleinkinderen, de dertigers en veertigers van nu, die de zoektocht zijn gestart, zoals Antoni Guevara. Zijn opa, Francesc Guevara, was 27 jaar toen hij bij de Ebro streed. ,,Mijn oma kreeg een telegram dat hij erg ziek was. Dat is het laatste dat ze ooit van hem heeft gehoord. ‘Hij zal wel ergens onder een boom begraven liggen,’ heeft ze altijd gezegd. Ze wilde dat liever zo houden.”

Via Memoria Democràtica, de organisatie van historica Queralt Solé, ontdekte de familie een overlijdensacte van 26 december 1938 in een klein dorpje in het binnenland. Daar ligt opa Francesc in één van de twee massagraven van twee bij twintig meter met meer dan 100 lichamen. ,,De emotie was enorm toen we dat te weten kwamen,” zegt Antoni. ,,Alsof van een heel lang verhaal eindelijk het einde geschreven werd. We laten hem liever in dat graf liggen, maar zouden er wel graag een soort monument voor al die mannen hebben.”

Op nog zo’n massagraf, in het stadje Cervera, één waar je gewoon overheen kunt lopen, staat slechts één eenzaam kruis van hout, aangetast door de tijd. De initialen JMF staan erin gekerfd, en de datum 21-7-1938. ,,Er moeten meer dan 400 lijken liggen,” zegt Joaquim Bagué, de opzichter van het kerkhof. ,,Het heeft geen zin het te openen en de meeste mensen die komen zijn al blij dat ze het graf van hun vader of opa hebben gevonden. Hebben ze in ieder geval de plek gevonden om bloemen te leggen.”

Op de begraafplaats van het bisdom van Tarragona liggen zelfs 770 mensen in een massagraf, waarvan er 657 in de vijf jaar na de oorlog, tussen 1939 en 1944, berecht en gefusilleerd werden. Montse Giné weet al sinds ze heel klein dat haar opa Josep daar begraven ligt. Ze heeft een stichting opgericht om er in ieder geval een monument neer te laten zetten. ,,Tot voor kort wilden de gemeente en het bisdom van niets weten. We moeten geen oude wonden openrijten, zeiden ze. Maar het is het tegenovergestelde: met zo’n monument worden de wonden eindelijk definitief gedicht.”

Categorieën: intussen, in Spanje · politiek
getagged: , ,